Dit wetsvoorstel regelt de invoering van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen. Hiermee wordt de positie van de particuliere en de zakelijke bouwconsument versterkt. Door de toenemende complexiteit in de bouw is herziening van het huidige stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk. Hiermee wordt de relatie tussen de opdrachtgever, de bouwconsument, en de bouwende partijen evenwichtiger.
Bij de oplevering van het bouwwerk moet de aannemer aantonen dat aan de regelgeving is voldaan. Wanneer bij oplevering blijkt dat een bouwwerk niet volgens de regelgeving en gemaakte afspraken is gebouwd krijgen opdrachtgevers betere mogelijkheden om de aannemer aan te sporen tot herstelwerkzaamheden. Ook informeert de aannemer de klant over de manier waarop risico's tegen schade door het niet nakomen van de verplichtingen en de gebreken na de oplevering zijn afgedekt. Daarbij wordt het opschortingsrecht van de particuliere opdrachtgever aangescherpt. Het depotbedrag wordt pas door de notaris in de macht van de aannemer gebracht, nadat de opdrachtgever in de gelegenheid is gesteld aan te geven of hij van dat opschortingsrecht gebruik wenst te maken.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel (EK, A) is op 21 februari 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. PvdA, D66, Van Vliet, Klein, Groep Kuzu/Öztürk, Houwers, Monasch, VVD, SGP en CDA stemden voor.
De Eerste Kamer heeft het voorstel op 14 mei 2019 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.
Voor: VVD, PvdA, GroenLinks, PvdD, OSF, 50PLUS, D66, SGP en Fractie-Duthler.
Tegen: CDA, ChristenUnie, SP en PVV.
De Eerste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) levert op 17 maart 2026 inbreng voor schriftelijk overleg met de minister van VRO over de uitvoering van de motie-Kemperman (EK 34.453 / 36.725 XXII, BD met bijlage).
Mondeling overleg op 27 mei 2025
De Eerste Kamercommissie voor I&W/VRO heeft op 27 mei 2025 een mondeling overleg met de minister van VRO over de Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen gevoerd.
ingediend
15 april 2016titel
Wijziging van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en de versterking van de positie van de bouwconsument (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen)schriftelijke voorbereiding
inbreng geleverd door
ondertekening
- minister van Veiligheid en Justitie
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
-
-
31 oktober 2023
intrekking verzoek van 24 oktober 2023 tot het houden van een korte derde termijn Verslag EK 2023/2024, nr. 5, item 3 -
24 oktober 2023
debat over invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Verslag EK 2023/2024, nr. 4, item 9 -
10 oktober 2023
verzoek om conform artikel 51, lid 1 Reglement van Orde een debat te houden met de minister van BZK inzake de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Verslag EK 2023/2024, nr. 3, item 10 -
11 juli 2023
stemming over een motie, ingediend bij de interpellatie-Crone over het opschorten van de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen Verslag EK 2022/2023, nr. 42, item 21 -
11 juli 2023
Interpellatie-Crone over het opschorten van de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen Verslag EK 2022/2023, nr. 42, item 11 -
-
-
-
13 maart 2019
behandeling VAO Bouwregelgeving/risicovloeren (AO d.d. 20/02) Handelingen TK 2018/2019, nr. 62, item 13 -
-
-
-
-
-