Voorstel toereikende minimumlonen aangenomen



De Eerste Kamer heeft dinsdag 20 januari gestemd over een wetsvoorstel om de minimumlonen in de Europese Unie (EU) toereikend te maken. Het voorstel vertaalt de Europese richtlijn Minimumlonen in de Europese Unie naar Nederlandse wetgeving. De fracties van ChristenUnie, CDA, SGP, D66, VVD, PVV, JA21, BBB, 50PLUS en Fractie-Walenkamp stemden voor het voorstel, de fracties van Volt, GroenLinks-PvdA, FVD, SP, PvdD, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Visseren-Hamakers, Fractie-Beukering en OPNL stemden tegen. De Kamer heeft ook een motie aangenomen over het waarborgen van de onafhankelijkheid van sociale partners.


Vierde termijn debat

Voorafgaand aan de stemming vond een vierde termijn van het debat plaats, dat ruim een jaar geleden begon, op 14 januari 2025. De Kamer besloot vervolgens twee weken later, op 28 januari 2025, om de stemming over het wetsvoorstel uit te stellen. Aanleiding voor het uitstel was een conclusie van de advocaat-generaal van het EU Hof van Justitie dat de EU geen bevoegdheid zou hebben om regels te stellen voor beloning. Dat doet de richtlijn in zeker zin wel. De Eerste Kamer besloot toen om de uitspraak van het Hof af te wachten en tot dat moment niet over het wetsvoorstel te stemmen.

Op 11 november 2025 heeft het EU Hof van Justitie uitspraak gedaan. Volgens demissionair minister Paul van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de uitspraak geen directe gevolgen voor het implementatiewetsvoorstel. De uitspraak gaat namelijk over twee onderdelen die in Nederland al geldende praktijk of wetgeving zijn. De fracties van SP en GroenLinks-PvdA wilden daarover in een vierde termijn met de minister in de debat.

Senator Van Apeldoorn (SP) was het niet eens met de uitleg van de minister. Volgens hem heeft de uitspraak gevolgen voor de uitleg en toepassing van de richtlijn. Het is bindend unierecht, geen vrijblijvende norm. Dat heeft vooral gevolgen voor het minimumjeugdloon en voor arbeidsmigranten van wie kosten voor bijvoorbeeld huisvesting worden ingehouden door de werkgever. Senator Ramsodit (GroenLinks-PvdA) voegde hieraan toe dat juist omdat het Hof heeft geoordeeld dat de richtlijn arbeidsvoorwaarden regelt, het beschouwd moet worden als bescherming. Minister Paul antwoordde dat zij blijft bij de conclusie dat de uitspraak geen gevolgen heeft, omdat het vastleggen van de criteria in de wet heeft geen gevolgen voor de staande praktijk, zoals minimumjeugdloon en huisvestingskosten.


Moties

Aangenomen

  • Motie-Vos (GroenLinks-PvdA) c.s. over het waarborgen van de onafhankelijkheid van sociale partners.

Verworpen

  • Motie-Vos (GroenLinks-PvdA) c.s. over het schrappen van de referentiewaarde uit de ministeriële regeling.
  • Motie-Vos (GroenLinks-PvdA) c.s. over minimumloon als 60% van het mediane brutoloon.

Aangehouden

  • Motie-Moonen (D66) over voorkomen van inkomensachteruitgang op de BES-eilanden.

Over het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met de implementatie van een EU-richtlijn minimumlonen in de Europese Unie. Deze richtlijn introduceert een kader om ervoor te zorgen dat de minimumlonen in de Europese Unie toereikend zijn. De richtlijn schrijft procedures voor die van toepassing moeten zijn bij het vaststellen van minimumlonen, bevordert collectieve onderhandelingen over loonvorming en gaat in op de daadwerkelijke toegang van werknemers tot minimumlonen. Lidstaten behouden de vrijheid om zelf de hoogte van het minimumloon te bepalen. De richtlijn bevat volgens de regering veel elementen die in Nederland al onderdeel zijn van de bestaande praktijk. De implementatie van de richtlijn leidt daarom tot een beperkt aantal wijzigingen in de huidige wetgeving.