De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ramsodit (GroenLinks-PvdA), toe dat bij de evaluatie van de wet de impact van uitzonderingen in de wet op het ontstaan van schijnconstructies expliciet wordt getoetst.
| Nummer | T04103 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 november 2025 |
| Deadline | 1 januari 2028 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | mr. dr. A. Ramsodit (GroenLinks-PvdA) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | evaluaties schijnconstructies |
| Kamerstukken | Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (36.446) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 7, item 3, p. 1.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
(…)
“Kan de minister toezeggen dat bij de invoeringstoets en de evaluatie expliciet wordt gekeken naar de impact van uitzonderingen op het ontstaan van malafide praktijken?”
Handelingen I 2025/2026, nr. 7, item 8, p. 8.
Minister Paul:
(…)
“Mevrouw Ramsodit vroeg ook of bij de invoeringstoets en bij evaluaties de impact van uitzonderingen op het ontstaan van schijnconstructies expliciet wordt getoetst. Het antwoord daarop is ja. Het is voor de effectiviteit van de Wtta ongelofelijk belangrijk om de impact van uitzonderingen en eventuele schijnconstructies te monitoren. Ik kan u toezeggen dat ik dit meeneem bij de evaluatie van de wet.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 7, item 8 herdruk
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 7, item 3 herdruk
-
11 november 2025
toezegging gedaan