De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Petersen (VVD), toe dat de inspectiefrequentie expliciet wordt betrokken bij de evaluatie van de wet en zo nodig wordt aangepast.
| Nummer | T04107 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 11 november 2025 |
| Deadline | 1 januari 2028 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | drs. K. Petersen (VVD) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | evaluatie |
| Onderwerpen | evaluaties inspecties |
| Kamerstukken | Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (36.446) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 7, item 3, p. 13.
De heer Petersen (VVD):
(…)
“Daarnaast vormen de inspecties die twee keer per jaar worden uitgevoerd voor ondernemers een zware administratieve last. Kan de minister ervoor zorgen dat uitzendondernemers hun financiële continuïteit beter kunnen verzekeren door de waarborgsom van €100.000 in twee termijnen te voldoen, bijvoorbeeld 50% bij toetreding en een percentage na toetreding? Welke mogelijkheden heeft de minister om ervoor te zorgen dat inspecties door private inspectie-instellingen worden beperkt tot één keer per jaar in plaats van twee keer per jaar? Is zij bereid om van die mogelijkheden gebruik te maken en, zo ja, hoe?”
Handelingen I 2025/2026, nr. 7, item 8, p. 13.
Minister Paul:
(…)
“Dan een vraag van de leden Petersen en Ramsodit. Eigenlijk vroegen de leden tegenstrijdige dingen; voor mij is het in ieder geval ingewikkeld. De heer Petersen heeft mij gevraagd toe te zeggen de inspectiefrequentie te verlagen naar één keer per jaar. Mevrouw Ramsodit vroeg of ik bereid ben de inspectiefrequentie structureel te verhogen. Het uitgangspunt is twee keer per jaar een inspectie. Aan de ene kant is dat nodig om te waarborgen dat er voldoende zicht is op hoe het normenkader in de praktijk nageleefd wordt. Aan de andere kant leidt het nieuwe stelsel tot administratieve lasten. Het is zoeken naar een optimale balans hierin. In de opbouwfase hebben we ook nog eens te maken met beperkte inspectiecapaciteit. Ik vind het daardoor opportuun om de inspectiefrequentie in de beginfase op minimaal één keer per jaar te zetten. Dat is ook opportuun voor de uitvoering. Ik blijf met de inspectie instellingen en sociale partners in gesprek over de inspectiefrequentie. Bij de evaluatie van de wet neem ik die inspectiefrequentie expliciet mee. Als er aanleiding is om die frequentie aan te passen, dan zal ik dat ook doen.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 7, item 8 herdruk
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 7, item 3 herdruk
-
11 november 2025
toezegging gedaan