Plenair Kluit bij behandeling Wijziging van de Omgevingswet (maatwerkaanpak PAS-projecten)



Verslag van de vergadering van 3 februari 2026 (2025/2026 nr. 16)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 13.38 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Kluit i (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Sinds ik aantrad in 2019 hebben we hier heel vaak gesproken over de PAS-melders. Telkens heb ik daarbij gepleit voor empathie voor de boeren, want zij zijn door slechte regels van de overheid in enorme problemen gekomen. Die woorden wil ik herhalen. Ik begin ermee. Het spijt me echt oprecht dat u door overheidsbeleid zo in de problemen bent gekomen. Dat krimp of stoppen nu soms de enige opties zijn, is een bitterharde boodschap.

Maar mijn boodschap over empathie ging ook steeds vergezeld van de oproep om geen zachte heelmeester te zijn, omdat wij erin geloven dat duidelijkheid voor de boeren ook enorm belangrijk is, belangrijker dan eindeloos juridisch doormodderen. In dat licht is het goed om scherp te hebben dat we de afgelopen zes jaar slechts 15 van de ongeveer 2.500 PAS-melders hebben weten te legaliseren en dat er zelfs maar 300 contact hebben gehad met een zaakwaarnemer. Dat moet ons ernstig aan het denken zetten over de kansrijkheid van deze aanpak. Doelmatigheid was ook een van de belangrijkste kritiekpunten van de Raad van State. Die zegt: het is onduidelijk of het nieuwe programma de mogelijkheid vergroot om tot 2028 af te zien van handhaving, zoals nu onder voorwaarden wel mogelijk is. Zes jaar zeer empathisch bedoeld landbouwbeleid leverde vooral voor de boeren en anderen langdurige onzekerheid op. Dat willen wij niet. Dit wetsvoorstel voegt daar zo meteen nog drie jaar aan toe, met dezelfde maatregelen en dezelfde risico's.

Wat ondergesneeuwd is, is dat de PAS-melders niet de enige belanghebbenden in dit dossier zijn. Honderdduizenden woningzoekenden die geen woning kunnen vinden omdat geen vergunningen worden afgegeven, hebben ook belang bij deze wet. De schade die Nederlandse bedrijven lijden — ondertussen krijgen er 12.000 door netcongestie geen aansluiting — maken ook hen slachtoffer. Natuurorganisaties die beheerkosten enorm uit de klauwen zien lopen, zijn ook slachtoffer van ons beleid. En natuurlijk geldt dat ook voor de natuur zelf. Die heeft in Nederland geen stem in het juridische stelsel, maar duidelijk is dat die nog steeds zwaar lijdt onder het Nederlandse landbouwbeleid. Deze groepen zijn dus allemaal achtergesteld bij de stikstofaanpak. Zij ploeteren naast de PAS-melders ook maar voort. Dus na zes jaar is het wat ons betreft tijd om aandacht te besteden aan de rechtsstaat, aan de uitvoerbaarheid en aan de samenhang. We moeten dat veel zwaarder laten wegen.

Maar voordat we daarover beginnen heb ik twee vragen vooraf. Ons stelsel biedt al de ruimte om niet te handhaven, aldus het kabinet in antwoord op onze vragen over rechtsstatelijk handelen op dit dossier. Van handhavend optreden kan de overheid afzien wanneer het vertrouwensbeginsel is geschonden, zo schreef het kabinet. Waarom wordt dan een hele wet opgetuigd, terwijl de boeren of PAS-melders ook gebruik zouden kunnen maken van het vertrouwensbeginsel? Het is immers heel goed gedocumenteerd dat de overheid met de PAS willens en wetens juridisch kwetsbare regels heeft opgesteld.

Dan het onderwerp gedogen. Dat goed doen, blijkt nog een hele kunst. Daar hebben we letterlijk jarenlang vragen over gesteld aan het kabinet, aan verschillende kabinetten. Gelukkig bleek wel dat een voorgaand kabinet die risico's van gedogen voor de rechtsstaat heeft onderkend. Ze hebben dat opgeschreven in de kabinetsnota Grenzen aan gedogen. Daarin staan criteria die zij hanteren om gedogen als instrument in te zetten. Op hoofdlijnen komt het hierop neer: het moet uitzonderlijk, tijdelijk en in lijn met internationaal recht zijn, het moet gemotiveerd worden vanuit verschillende belangen en het moet gericht zijn op beëindiging of legalisering van de situatie. Nou zal de minister misschien betogen dat zij strikt genomen met dit voorstel niet zelf gaat gedogen, maar ze maakt het wel mogelijk dat provincies gaan gedogen. Dus ik betoog dat we dit voorstel wel degelijk tegen die criteria van het rijksbeleid moeten aanhouden om de rechtsstatelijkheid te kunnen beoordelen.

Daar loop ik er een paar van af. De situatie moet tijdelijk zijn. Er moet zicht zijn op legalisering of beëindiging. De minister betoogt dat dat het geval is, want over drie jaar moeten alle PAS-melders gelegaliseerd zijn, een maatwerkaanpak hebben of vrijwillig uitgekocht zijn. Dat rust allemaal in zware mate op het vertrouwen dat er dan een geborgde aanpak is die daar de onderbouwing voor gaat leveren. Ik zeg het maar heel kort en bondig: wij geloven daar gewoon totaal niet in, ook niet met de nieuwe coalitieplannen. De hamvraag aan de minister is wat er de komende drie jaar anders zal gaan dan de afgelopen zes jaar. Een tijdshorizon van drie jaar is veel te kort voor ingrijpende ruimtelijke processen. Ook het bedrag van 20 miljard schiet ons inziens tekort. Ook de juridische instrumenten zijn volgens ons niet in orde om binnen drie jaar 2.500 PAS-melders te legaliseren.

We hebben een paar vragen. Is de 20 miljard van de nieuwe coalitie volgens de minister voldoende om de PAS-melders te kunnen voorzien van legalisatie, maatwerk of uitkoop? Zo ja, hoe hebben de coalitie en de minister zich er dan van vergewist dat dit voldoende middelen zijn? De provincies vroegen eerder immers 54 miljard. Het maatwerkprogramma met passende geborgde maatregelen is uiterlijk 1 mei gereed. We hebben overigens al een uitstelbrief ontvangen dat we dit als volgt moeten lezen: dan is er een voorstel en pas voor de zomer vallen er besluiten. Het is toch totaal onrealistisch om dan te verwachten dat tweeënhalf jaar later die geborgde maatregelen daadwerkelijk genomen zijn, en dat in zodanige mate dat iedereen over drie jaar gelegaliseerd kan worden? Het leunt zwaar op trage uitkoop en ruimtelijke processen. Mijn vraag is: klopt onze inschatting? Zo niet, waarom dan niet?

Dan de juridische randvoorwaarden voor de uitvoering van het programma. Allereerst is de vraag of die vrijkomende stikstofruimte juridisch gezien niet naar de natuur moet in plaats van naar de PAS-melders. Ik bedoel écht juridisch gezien, niet moreel gezien en ook niet omdat we empathisch richting de boeren zijn. Mijn vraag is echt of het juridisch gezien niet naar de natuur zou moeten gaan. Hoe gaat de minister daarnaast om met de aangenomen BBB-motie die zegt dat de vrijgekomen stikstofruimte eerst naar de PAS-melders moet gaan? Botst dat dan niet met het internationaal recht? Dat spreekt namelijk van een verslechteringsgebod.

Een voor de hand liggende vraag is ook hoe de minister omgaat met het besluit om Lelystad Airport te openen voor zeer vervuilende Defensievliegtuigen en aan de andere kant de gewone vervuilende burgerluchtvaart. Hebben de PAS-melders daar dan voorrang op of niet?

Hoe verantwoordt de minister de doelmatigheid van het voorstel? We gaan namelijk programmamiddelen inzetten voor het compenseren van boeren met niet-legale activiteiten. Zij gaan die niet realiseren of terugdraaien, of wij gaan ze legaliseren, maar de kern is dat het niet-legale activiteiten zijn en dat wij daar heel veel geld aan gaan besteden. Hoe doelmatig is dat? Dat is een principieel punt.

Slechts 300 bedrijven hebben een gesprek met de zaakwaarnemer gehad. We hebben daar in deze Kamer heel vaak om gevraagd: hoe kan het dat het na al deze jaren pas 300 bedrijven zijn en zegt dat dan niet ook iets over de toekomst? De meeste provinciale programma's zijn uitgekleed. We hebben niet volgende week een hele batterij nieuwe zaakwaarnemers. Hoe gaat ze de bemensing hiervan regelen? Wat gebeurt er met het wetsvoorstel wanneer het programma niet op tijd levert? Hebben we dan over drie jaar dezelfde discussie die we nu hadden, die we drie jaar geleden hadden, die we zes jaar geleden hadden? Graag een reflectie daarop.

Voorzitter. Zijn de voorwaarden voor het budget, het juridisch kader en de bemensing niet op orde, dan moeten wij in deze Kamer dit voorstel volgens onze eigen criteria als onuitvoerbaar afwijzen. Er wordt namelijk niet voorzien in die randvoorwaarden voor uitvoering, en dat terwijl andere belangen dan die van de PAS-melders wel ernstig benadeeld worden.

Dan het derde belangrijke criterium voor gedogen: is er sprake van een zorgvuldige en brede belangenafweging geweest? In de schriftelijke beantwoording van vraag 10 heeft de minister aangegeven dat alleen PAS-melders betrokken zijn geweest bij het opstellen van dit programma. Is de minister het met onze fractie eens dat daarmee volstrekt niet voldaan is aan die brede belangenafweging die het openbaar bestuur bij ingrijpende wetgeving moet hanteren? En zo niet, waarom niet? Mocht dit antwoord onvolledig zijn geweest, hoe heeft zij dan die verschillende belangen gewogen, dus het belang van de PAS-melders versus dat van de natuur versus dat van de woningzoekenden? Hoe zijn die andere belangen dan gehoord en beargumenteerd en hoe is de weging geweest?

Dan het criterium over de strijdigheid met hogere wetgeving en de handhaafbaarheid, die in de toekomst niet ondermijnd mag worden. De minister geeft aan dat het gedogen van de PAS-melders voor zo meteen negen jaar geen juridische gevolgen heeft voor andere bedrijven. Ik zou dat heel graag klip-en-klaar door de minister bevestigd willen hebben, dus dat andere bedrijven zich nooit kunnen gaan beroepen op het niet handhaven bij illegale situaties.

Tot slot, afrondend. Voorzitter en collega's. Het is onze taak om onze wetten te beoordelen op doelmatigheid, uitvoerbaarheid en rechtsstatelijkheid. De al slechte doelmatigheid van deze wet wordt verder ondermijnd door het overige contraproductieve beleid van deze minister. Ik noem de rekenkundige ondergrens, die voor veel meer stikstofuitstoot gaat zorgen, het stopzetten van de afroming, waardoor we veel meer dieren in het land houden dan we eerder afgesproken hebben, het openen van nieuwe luchthavens en het toevoegen van verschillende — overigens broodnodige, geen discussie daarover — defensieprojecten, die ook stikstof gaan uitstoten. Het zou echt duidelijk moeten zijn: op al onze criteria schiet deze wet echt ernstig tekort. Onze taak is, hoe pijnlijk dat in dit dossier ook is, niet om burgers naar de mond te praten. Onze taak is om oplossingen te brengen voor problemen die het algemeen belang bedreigen. Ik zei het in mijn eerste debat, en het CDA herhaalde dat overigens toen ook: zachte heelmeesters maken stinkende wonden, ook in onze rechtsstaat. Dat moeten we niet vergeten. Ik hoop dan ook dat jullie net zo kritisch zijn als wij.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Kanis van de fractie van D66 voor zijn maidenspeech.