Verslag van de vergadering van 3 februari 2026 (2025/2026 nr. 16)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.03 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Holterhues i (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. In de eerste plaats proficiat aan collega Kanis met zijn maidenspeech. Vanaf hier wens ik mevrouw Straus ook veel succes met haar maidenspeech later.
Voorzitter. In navolging van mevrouw Kluit en de heer Kanis zeg ook ik dat het dossier rond de PAS-melders inmiddels symbool is geworden voor bestuurlijke traagheid, juridisch falen en politieke besluiteloosheid. Al sinds de uitspraak van de Raad van State in 2019 zitten duizenden boeren in een situatie die zij niet zelf hebben veroorzaakt, maar waar zij wel de gevolgen van dragen. Nu, zeven jaar later, zit een groot deel van de PAS-melders nog steeds in onzekerheid over de toekomst van hun bedrijf. Dat mag de politiek zich aanrekenen. Het is niet goed dat boeren en burgers die te goeder trouw handelen, de negatieve gevolgen van het overheidshandelen moeten dragen, terwijl een oplossing uitblijft.
De ChristenUnie wil recht doen aan boeren én aan de natuur. We zien de zorgen van de PAS-melders die buiten hun schuld zijn vastgelopen en we zien de kwetsbaarheid van Natura 2000-gebieden die vragen om herstel en rust. Daarom steunen we een aanpak die boeren duidelijkheid en perspectief biedt, en tegelijkertijd de emissies daadwerkelijk verlaagt en natuurherstel borgt.
De minister kiest in dezen herhaaldelijk voor uitstel. Dit uitstel voedt de onzekerheid. De PAS-melders blijven gedoogd, maar krijgen geen concreet pad richting legalisering. De minister erkent dat eerdere programma's niet hebben gewerkt, maar biedt tegelijkertijd geen maatregelen die de stikstofuitstoot daadwerkelijk terugdringen; dat is een noodzakelijke juridische voorwaarde om tot vergunningverlening over te gaan. De wet die er oorspronkelijk lag, was veel te mager. Hierdoor zou er onduidelijkheid blijven bestaan voor boeren.
De Raad van State was dan ook kritisch over het voorstel. De raad stelde dat het voorstel geen gerichte bronmaatregelen bevatte die de stikstofuitstoot aanpakken, terwijl dit een voorwaarde is om de status van PAS-melders legaal te kunnen maken. Ook hanteert het wetsvoorstel volgens de raad een onjuiste definitie van legalisatie. Het oplossen van de problemen wordt gelijkgesteld aan legaliseren, terwijl legaliseren juridisch betekent dat een illegale situatie wordt omgezet in een legale, waarvoor harde stikstofreductie nodig is. Die ontbreekt in het voorstel. Door verschillende amendementen, waaronder dat van mijn partijgenoot Pieter Grinwis, is er iets meer perspectief. Door het amendement-Grinwis/Vedder is vastgelegd dat het maatregelenprogramma, dat is bedoeld om de schade van stikstofneerslag te herstellen, beperken of compenseren, uiterlijk op 1 mei 2026 moet worden vastgesteld. Daarnaast bepaalt een ander amendement van Grinwis en Vedder dat dit programma vooral moet bestaan uit gerichte maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen.
Mevrouw Kluit i (GroenLinks-PvdA):
Ik heb daar een vraag over. Het feit dat er een datum is vastgesteld waarop dat programma er moet zijn, wil nog niet zeggen dat het programma ook geborgde reductiemaatregelen bevat die binnen een afzienbare termijn, twee of drie jaar, gerealiseerd worden. Wat gaat de ChristenUnie doen als dat programma er niet komt of als het niet de geborgde reductie oplevert?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Daar gaat mijn volgende vraag aan de minister over.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Dat kan, maar mijn vraag was aan u gesteld. We praten namelijk al zes jaar over die maatregelen. Het is niet makkelijk. De kans dat het er niet komt of dat het niet voldoende lukt, is huizenhoog. Wat gaat de ChristenUnie dan doen?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Daar gaan we deze minister en haar opvolger uiteraard scherp op houden. Dat moet namelijk gewoon opgelost worden.
De voorzitter:
Mevrouw Kluit, tot slot.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Ik ga het nog één keer proberen. We zijn niet de Kamer van het wensdenken. Een uitkoopprocedure duurt zeven jaar. Een ruimtelijk traject duurt vijf tot tien of soms wel vijftien tot twintig jaar. De maatregelen die we moeten nemen om tot natuurherstel te komen, zijn langjarig, kosten veel geld en vragen veel kopjes koffie. De kans dat het lukt, is super klein. Wat gaat de ChristenUnie dus doen als het niet aantoonbaar gebeurt in dat programma?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Ik deel de zorg van mevrouw Kluit. We hebben dezelfde zorg. Het enige wat wij kunnen doen, is de minister daar scherp op houden.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Ik hoorde de heer Holterhues zeggen dat het gaat om mensen die buiten hun schuld in de problemen zijn gekomen. Beseft de heer Holterhues dat het niet gaat om mensen die een vergunning hadden die vervolgens afgenomen werd, maar dat er oorspronkelijk een vrijstelling van een vergunningplicht was? Er is dus vanaf het begin niet gekeken of die mensen überhaupt voor een vergunning in aanmerking kwamen. Vier jaar later werd door de Raad van State gezegd dat dat onjuist was. Dat werd in feite onverbindend verklaard. Er moesten dus alsnog vergunningen worden gevraagd. Waarom zijn de mensen toen niet meteen een vergunning gaan vragen? Dat is mijn vraag. Daar zal de heer Holterhues ook bij stilgestaan hebben. Denken de heer Holterhues en zijn fractie dat ze die vergunning gekregen zouden hebben als ze die hadden gevraagd?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Ik zit op een andere golflengte. We hebben nu te maken met mensen die buiten hun schuld in een bepaalde situatie zijn gekomen door politiek handelen. Dat proberen we hier op te lossen. Daar gaat deze wet over. Zo zit ik erin. Zo zit ik in de wedstrijd.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik zou toch de vraag beantwoord willen zien. In feite werd duidelijk dat er eigenlijk geen vrijstelling voor de vergunningsplicht was. Als ze toen meteen een vergunning hadden gevraagd, dan was meteen duidelijk geworden dat ze geen recht hadden op die vergunning en kwamen we nu helemaal niet toe aan die vraag van legalisering. Of zie ik dat verkeerd?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Mijn fractie en ik zitten er zo in dat we nu te maken hebben met de situatie die er nu ligt. Die proberen we op te lossen.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Nicolaï.
De heer Nicolaï (PvdD):
We praten over een wetsvoorstel waarin een verplichting voor de minister staat om te legaliseren. Dat zal de heer Holterhues gezien hebben. Er wordt nog een keer uitgelegd wat "legaliseren" betekent. Dat betekent dat er een vergunning moet komen, dat er toestemming moet komen. Als wij voor deze wet stemmen, dan zadelen we de overheid op met het gegeven dat er een vergunning verleend moet worden. Waarom moet er een vergunning verleend worden aan ondernemers die, als ze meteen na de uitspraak van de Raad van State een vergunning hadden aangevraagd, geconfronteerd zouden zijn met een weigering van die vergunning?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Ik ga mezelf herhalen. Ik denk dat we er net iets anders in zitten. We hebben te maken met een situatie die onwenselijk is voor PAS-melders en we proberen die situatie op te lossen.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Een van de nadelen is dat wij over een wet praten die zich op maar één van de belanghebbenden richt, namelijk de PAS-melders. Helaas zijn er meerdere groepen belanghebbenden, namelijk woningzoekenden en bedrijven die willen aansluiten op het net. Hoe weegt de ChristenUnie die belangen ten opzichte van die van de PAS-melders? Ook zij worden namelijk enorm belemmerd en geraakt door het uitblijvende stikstofbeleid van de overheid.
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Ik heb een paar zinnen eerder gezegd dat het ons gaat om een oplossing voor boeren en de natuur. Ik denk dat mevrouw Kluit de ChristenUnie ook zo kent. Het gaat veel breder dan alleen maar het oplossen van de problemen van de PAS-melders. We constateren wel dat PAS-melders nu in de problemen komen. Daarvoor is deze wet.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vervolgvraag. Als wij stikstofruimte aan de PAS-melders geven, betekent dat dat we die ruimte niet aan woningbouw geven. Wij geven die ruimte niet aan het oplossen van de netcongestie. Wij geven die ook niet aan andere belangrijke maatschappelijke doelen. Vindt de ChristenUnie dat echt de juiste weging in deze tijd? Het kan bijvoorbeeld ook over defensieprojecten gaan.
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Ik kom daar later in mijn bijdrage op terug. In de politiek gaat het natuurlijk altijd om het afwegen van belangen. Dat geldt ook voor het oplossen van deze concrete situatie.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Kluit.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Dan hoor ik "ja". Misschien hoor ik zo meteen wat anders in de inbreng, maar ik hoor: ja, de PAS-melders gaan boven alle andere belangen.
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Dat hoort mevrouw Kluit verkeerd. Het gaat altijd om het afwegen van verschillende belangen die naast elkaar bestaan.
Ik moet even kijken waar ik gebleven ben. Door het amendement van Grinwis is verder vastgelegd dat het maatregelenprogramma, bedoeld om de schade van stikstofneerslag te herstellen, te beperken of te compenseren, uiterlijk op 1 mei 2026 moet worden vastgesteld. Daarnaast bepleit een ander amendement van de heer Grinwis dat dit programma vooral moet bestaan uit gerichte maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen. Mijn fractie merkt op dat de minister in de afgelopen vrijdag ontvangen brieven over de datum van 1 mei aanstaande omtrekkende bewegingen maakt. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, is dit, zoals mijn fractie dit amendement leest, gewoonweg een harde deadline. Kan de minister aangeven hoe zij dit ziet? Overtreedt de regering de wet als er op 1 mei aanstaande geen concreet plan ligt?
Voorzitter. De maatregelen die in het programma worden opgenomen, moeten voor 1 maart 2028 zijn uitgevoerd. Hiermee is de periode waarbinnen PAS-projecten gelegaliseerd moeten worden met drie jaar verlengd. Het is niet ideaal, maar alles is beter dan niets. Bij dit wetsvoorstel heeft mijn fractie een aantal bedenkingen. De uitwerking van deze verlenging mag immers alleen zijn dat er uitzicht komt op een duurzame oplossing voor de agrariërs die hierdoor worden getroffen en voor alle belanghebbenden. Het kan niet de bedoeling zijn dat boeren over drie jaar nog steeds in onzekerheid verkeren. Het is de hoogste tijd om de hand aan de ploeg te slaan.
Voorzitter. De zorgen van de ChristenUniefractie spitsen zich toe op drie thema's: legalisatie, de additionaliteitsvereiste en de duurzame oplossing.
Mevrouw Van Aelst-den Uijl i (SP):
Dank voor de toelichting van de heer Holterhues. U zegt "alles is beter dan niets", maar wat als dit weer valse hoop voor boeren geeft? Wat als er nu weer een wet wordt aangenomen waardoor zij denken "o, dit is een stukje oplossing" en het weer geen standhoudt? Is dit dan daadwerkelijk beter dan niets?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Mijn fractie denkt dat er nu niks anders op zit dan dit goed te keuren. De oorspronkelijke wet vonden wij erg slecht. Met de amendementen is die een stukje beter. We gaan de komende tijd — ik denk dat dit vooral Tweede Kamerwerk is; dat heb ik net al gezegd — de minister en de opvolger van de minister scherp houden, want dit moet opgelost worden.
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
Dank en fijn dat u vindt dat uw fractie de wet iets minder slecht heeft gemaakt. Dat is altijd prettig. De vraag blijft: wat nu als dit weer geen standhoudt? Hebben we dan diezelfde boeren niet weer valse hoop gegeven? Want dat ziet de SP in deze wet. We zeggen weer dat we het een beetje oplossen. De boeren zitten nu misschien thuis hiernaar te kijken en denken "o, het wordt een beetje opgelost". En dan is dat weer niet het geval.
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Ik deel de zorg van mevrouw Van Aelst. De enige manier om daarmee om te gaan, is het daarin scherp houden van de minister en haar opvolger.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Het is mijn fractie onduidelijk wat de minister nu wel en niet bedoelt met het begrip "legalisatie". Wat is nu exact het verschil tussen legalisatie en de maatwerkaanpak waar de minister het bij herhaling over heeft? De Afdeling advisering van de Raad van State heeft in haar advies opgemerkt dat de minister het begrip "legaliseren" anders gebruikt dan gangbaar is. In reactie op dit advies heeft de minister de titel van de wet, de wettekst en de toelichting aangepast. De Tweede Kamer heeft de wijziging van de wettekst op haar beurt per amendement teruggedraaid.
Ik heb enkele vragen aan de minister. Waar staat de minister nu precies in deze discussie? Wat betekent legalisatie volgens haar en wat betekent het volgens het wetsvoorstel? Wat is een maatwerkaanpak wat legalisatie niet is? Hoe verhoudt het zoeken naar stikstofruimte voor PAS-melders zich tot de additionaliteitsvereiste dat bepaalt dat stikstofruimte alleen voor legalisatie kan worden gebruikt als deze ruimte niet nodig is om achteruitgang van de natuur te voorkomen of stabilisering van de natuur te bereiken? Volgens mij hoorde ik mevrouw Kluit dezelfde vraag stellen. In hoeveel gevallen is legalisatie in de afgelopen zeven jaar door dit vereiste niet gelukt? Waarom rekent de minister erop dat legaliseren nu wel gaat lukken? Rekent de minister daar zelf eigenlijk nog wel op? Of is de wijziging van de titel van de wet een teken aan de wand?
Ten slotte. Zoals eerder aangegeven gaat het mijn fractie om een oplossing op de lange termijn. Hoe zorgt de minister ervoor dat boeren door dit wetsvoorstel echt zicht krijgen op een duurzame oplossing? Hoe voorkomt de minister dat we niet over drie jaar opnieuw uitstel vragen, zoals ook mevrouw Van Aelst net vroeg?
Wij zien uit naar de beantwoording van onze vragen door de minister.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik hoor de heer Holterhues zelf aan de orde stellen dat er al weer twijfel is of dat programma per 1 mei tot stand komt en wat dan de gevolgen zijn. Alle stukken die we gelezen hebben en de deskundigen die in de Tweede Kamer aan de orde zijn geweest, wijzen erop dat het nog steeds zo is dat, als het illegaal is, er in beginsel een plicht tot handhaving bestaat. Die beginselplicht tot handhaving kun je niet eeuwig oprekken. Is de heer Holterhues het met mij eens dat, als er niet op 1 mei een programma ligt waaruit volgens de Afdeling volgt dat legalisatie sowieso gaat en kan plaatsvinden, dan het gevolg zal zijn dat ieder handhavingsverzoek — en de MOB zal wel weer klaarstaan — vervolgens zal worden gehonoreerd?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Daar zit precies onze zorg en daarom drukken wij op die datum van 1 mei. Als deze wet wordt aangenomen, staat dat gewoon in de wet.
De heer Nicolaï (PvdD):
Dat gaat over de datum, maar ik had het ook over de inhoud van het stuk. Als dat programma niet voorziet in uitvoerbare directe en concrete maatregelen, zoals de Afdeling eist, is de heer Holterhues het dan met mijn fractie eens dat er dan handhaving zal gaan plaatsvinden?
De heer Holterhues (ChristenUnie):
Dat is zeker een kritiekpunt op dit wetsvoorstel. Dat deel ik en dat deelt ook de Raad van State.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik had nog een slotvraag, maar die ben ik inmiddels vergeten.
De voorzitter:
Dat kan gebeuren. Ik dank u wel, meneer Holterhues. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Kesteren namens de PVV-fractie.