Verslag van de vergadering van 3 februari 2026 (2025/2026 nr. 16)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.29 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Rietkerk i (CDA):
Voorzitter, deze bijdrage spreek ik inderdaad ook uit namens de fracties van OPNL, 50PLUS en Walenkamp. Allereerst feliciteren wij de heer Kanis met zijn maidenspeech en wensen wij mevrouw Straus wijsheid toe. Vandaag behandelen wij een wijziging van de wet die eigenlijk vorig jaar februari al had moeten ingaan. We spreken hier over het verlengen van de legalisatietermijn voor PAS-melders. Deze wet is formeel op 28 februari 2025 afgelopen. Het is schrijnend voor de PAS-melders dat deze wet hier nu pas besproken wordt. Het is nog schrijnender dat er in de afgelopen zeven jaar slechts 14 van de meer dan 3.000 PAS-melders zijn gelegaliseerd. Anderen spraken daar al over. Dat is een trieste score voor al die andere PAS-melders, die nog moeten wachten op een oplossing of zelfs nog op een verificatie.
Onze fracties zijn dan ook verbaasd dat de minister niet eerder met aanvullende voorstellen is gekomen om de PAS-melders uit hun benarde situatie te bevrijden. Laten we wel zijn: de PAS-melders zijn immers door een fout van de overheid in deze situatie beland. Zij verkeren nu al zeven jaar in onzekerheid. Officieel acteren zij nog steeds illegaal. Zij kunnen weinig tot niets in hun bedrijfsvoering veranderen noch investeringen doen. Zij verkeren in voortdurende angst dat er daadwerkelijk gehandhaafd zal worden. Je zou dan ook verwachten dat er nu een wetsvoorstel ligt met niet alleen een verlenging van de termijn, maar ook met concrete voorstellen om ervoor te zorgen dat de PAS-melders weer op legale wijze hun werk kunnen doen. Helaas is dat niet het geval. Het oorspronkelijke wetsvoorstel zorgt voor een verlenging van de termijn met drie jaar, met de aankondiging dat er een nieuw werkprogramma wordt opgesteld waarin er ruimte is voor legalisatie en voor andere maatwerkoplossingen. Dankzij enige amendementen in de Tweede Kamer — anderen hebben die ook al genoemd — is het wetsvoorstel enigszins verbeterd en zorgt het voor meer handvatten op het gebied van uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.
Toch blijven onze fracties zorgen houden over met name de uitvoerbaarheid. Graag staan wij bij enkele punten stil. Onze fracties hebben er begrip voor dat er naast het daadwerkelijk legaliseren van het stikstofgebruik ook mogelijkheden tot andere oplossingen worden geboden om tot een legale situatie te komen. De oplossingen die de minister aandraagt, zijn echter nog erg vrijblijvend. Zijn er al genoeg innovaties beschikbaar waarvan wetenschappelijk is bewezen dat zij ook effectief zijn? Dat vragen we de minister. Heeft de PAS-melder genoeg financiële ruimte om deze innovaties te implementeren? Wat zijn de consequenties voor PAS-melders als ze besluiten te extensiveren? Is er dan voldoende grond beschikbaar en kan de PAS-melder het financieel dragen om minder dieren te houden? Is er überhaupt ruimte in Nederland om zijn bedrijf te verplaatsen, niet alleen qua grond maar ook qua stikstofruimte? In lijn met signalen van de Raad van State hebben onze fracties daar twijfels bij. Kan de minister meer concreet aangeven hoe zij dit ziet? Welke andere oplossingen heeft zij in de afgelopen periode ontwikkeld? Overigens, in dat kader verbaast het onze fracties dat de stikstofruimte die onder meer vrijkomt dankzij de beëindigingsregelingen — ik kort het even af — Lbv en Lbv-plus, nog niet is aangewezen als bronmaatregel. Kan de minister aangeven wanneer dit gerealiseerd is?
Voorzitter. Onze fracties hebben ook vraagtekens bij de aangegeven tijdshorizon. In de memorie van toelichting geeft de minister aan dat zij een planning heeft opgesteld, bestaande uit: negen maanden voorbereiding voor het vinden van een adequate oplossing, negen maanden bedenktijd, zes maanden voor het voorbereiden inclusief het aanvragen van een schadevergoeding en/of subsidie, om vervolgens af te sluiten met twaalf maanden voor de implementatie van de gekozen oplossing. Dankzij een van de amendementen dient er uiterlijk 1 mei van dit jaar, 2026, een programma in dezen gereed te zijn. De wijziging van deze wet is geldig tot en met eind februari 2028. De minister heeft reeds aangegeven dat op dat moment de implementatie van de gekozen oplossing nog niet hoeft te zijn voltooid. Echter, de PAS-melders kunnen pas begin mei beginnen na te denken over een concrete oplossing. Uit recente informatie, uw brief van 29 januari jongstleden, blijkt zelfs dat pas per 1 mei een internetconsultatie wordt opgestart en dat het programma pas later wel zal worden vastgesteld, wel voor het zomerreces. Tellen we dus het aantal maanden op van de voorbereiding, de bedenktijd en de aanvraag schadevergoeding en subsidie — u heeft met mij meegeteld — dan komen wij op zijn vroegst uit op de zomer van 2028. Met andere woorden: rijkelijk laat.
Mevrouw Kluit i (GroenLinks-PvdA):
Ik ken de heer Rietkerk heel goed uit andere debatten; daar hebben we het over ruimtelijke ordening. Heel veel van de bronmaatregelen leunen op ruimtelijke instrumenten om het voor elkaar te krijgen. De heer Rietkerk gaf net al een mooi overzicht voor wat het aan de bedrijfskant betekent. Hoe realistisch schat de heer Rietkerk het in dat wij over drie jaar bronmaatregelen in het ruimtelijk domein hebben uitgevoerd?
De heer Rietkerk (CDA):
Gemeenten en provincies hebben, samen met agrariërs, grondeigenaren en ook natuurbeschermers, gebiedsprocessen in gang gezet waar veel gebiedsplannen in het land al klaarliggen. Ze liggen klaar om uit te voeren, alleen het geld ontbreekt. Dat gaat om miljarden. Daarom hebben wij als CDA ook tegen de landbouwbegroting gestemd, zoals u zich realiseert. Dat hebben we nooit eerder gedaan. Die processen moet je snel weer opstarten, want een aantal ruimtelijke processen zijn al duidelijk, bijvoorbeeld bij een meanderende Regge, waar ook PAS-melders zitten die tot keuzes moeten komen. Wat betreft de Nota Ruimte en het langetermijnperspectief zul je nog een aantal keuzes moeten maken die u al heeft genoemd: over defensie, over water, over het stapelen van functies. Dat is een langer traject. Maar veel van de 3.000 PAS-melders zitten al in het bestaande ruimtelijke beleid.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Een deel zit daarin, maar dat wil nog niet zeggen dat het ook daadwerkelijk met geld gerealiseerd kan worden, want ook dan moeten er gewoon bezwaarprocedures doorlopen en omgevingsplannen opgesteld worden et cetera. Als je het in dat licht bekijkt, hoe realistisch is het dat wij dat in Nederland in deze termijn kunnen doen? Ik bedoel dan: inclusief uitkopen.
De heer Rietkerk (CDA):
Ik heb een vraag aan de minister daarover; dat was mijn vraag voor het volgende blokje. Ik heb aangegeven dat ook dit traject vele maanden duurt. De Raad van State heeft ook aangegeven dat zij die planning beperkt vindt. Dus nog even los van de ruimtelijke procedures, die u aangeeft, zit in het voorstel van de wet een traject waarover niet alleen onze fracties een vraag hebben — die heb ik net gesteld — maar ook de Raad van State. Wij vragen de minister om aan te geven hoe zij dit wil oplossen.
Voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Nee, er is nog een interruptie van de heer Nicolaï.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Ik hoorde de heer Rietkerk zich afvragen wat de minister nu eigenlijk voor oplossingen heeft om — ik zal het maar zo zeggen — de PAS-melders tegemoet te komen. Nu was het zo dat in het oorspronkelijke wetsvoorstel inderdaad gesproken werd over oplossingen en maatwerk enzovoort. Het wetsvoorstel nu, waar we vandaag over debatteren en waar we straks over moeten stemmen, houdt in dat de projecten moeten worden "gelegaliseerd". In de toelichting van het amendement dat dit erin heeft gebracht, wordt gezegd dat er sprake moet zijn van toestemmingverlening in de zin van artikel 6, derde of vierde lid, van de Habitatrichtlijn: vergunning, vrijstelling of anderszins. Is de heer Rietkerk het met mij eens dat wij vandaag debatteren over een wet die zegt dat de minister voor 3.000 bedrijven, PAS-melders, die geen vergunning hebben een natuurvergunning moet gaan verlenen? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is: achten het CDA en de andere fracties die hier door de heer Rietkerk worden vertegenwoordigd het überhaupt mogelijk dat er een situatie kan ontstaan dat alle vergunningen worden verleend aan 3.000 bedrijven?
De heer Rietkerk (CDA):
In mijn bijdrage heb ik een aantal vragen aan deze minister gesteld. Ik heb er nog een aantal. Wij hebben die antwoorden wel nodig om vervolgens het totaal te overzien. De als-danvragen over vergunningverlening op basis van de Habitatrichtlijn en andere Europese richtlijnen laat ik op dit moment even liggen. Wij vinden — dat is het goede nieuws — dat er via een aantal amendementen in de Tweede Kamer meer perspectief is geboden om ook programmatisch aan de slag te gaan. Dan zullen we kijken hoe dat in die gebieden uitwerkt. Voor de een zal dat perspectief bieden. De ander zal naar agrarisch natuurbeheer overgaan, en dan heb je andere vergunningen nodig. En een derde zal misschien moeten verplaatsen of moeten stoppen. Dat is ook ondernemen. Agrariërs hebben duidelijkheid nodig om die keuze te maken. Wij hopen dat wij op basis van de antwoorden van de minister een afweging kunnen maken om voor dit wetsvoorstel te kunnen stemmen.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik denk dat wij als Kamer de antwoorden van de minister niet nodig hebben, als we gewoon kunnen lezen wat er in de wet staat. In de wet staat "legaliseren", en daar wordt mee bedoeld: toestemming, vergunning verlenen. Acht de CDA-fractie het op dit moment realistisch dat er voldoende stikstofruimte zal zijn om die 3.000 vergunningen te verlenen? Dat is toch een vraag die ik aan de fractie kan stellen? Die hoef ik toch niet aan de minister te stellen?
De heer Rietkerk (CDA):
De CDA-fractie heeft hier gekeken naar dit wetsvoorstel. U vraagt welk perspectief wij de komende drie jaar zien. Er zijn meer maatregelen nodig dan alleen deze wetgeving om tot perspectief te komen. Daar wordt op dit moment in de Tweede Kamer over gedebatteerd; dat debat vindt daar plaats. Het komt vanzelf hier weer terug met wetgeving en andere zaken, en dan kunnen we verder in debat gaan.
De voorzitter:
De heer Nicolaï, tot slot.
De heer Nicolaï (PvdD):
Kan de heer Rietkerk een maatregel noemen die het CDA in zijn hoofd heeft die mogelijkerwijs aan de orde zou kunnen komen, die het mogelijk maakt om de stikstofruimte voor 3.000 vergunningen te creëren zonder dat de bouw helemaal stil komt te liggen, wegen niet meer worden aangelegd enzovoort?
De heer Rietkerk (CDA):
Met de fractie van de Partij voor de Dieren kijken wij uit naar wat er in de Tweede Kamer en bij het nieuwe kabinet gebeurt. Dan gaan we er hier over praten om te kijken wat de resultaten zijn.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Rietkerk (CDA):
Het goede nieuws van een van de amendementen bij dit voorstel is dat zogenaamde interimmers en andere ondernemers die onbedoeld in een dergelijke situatie zijn beland nu ook aanspraak kunnen maken op het nieuwe programma. Echter, dit betekent nog wel meer werk voor provincies en het Rijk. We hebben reeds geconstateerd dat de planning enige spanning met zich meebrengt en wellicht niet helemaal realistisch is. We vragen de minister dan ook hoe zij ervoor zorgt dat er genoeg mensen beschikbaar zijn voor de extra aanvragen van deze aanvullende groep, zodat er geen extra negatief effect is op de planning van de activiteiten van de PAS-melders.
Ten aanzien van de nieuwe aanvullende groep zoals interimmers geeft de minister aan dat hiertoe geen eenduidige jurisprudentie is en dat daarom de inzet van het Rijk en de provincies niet vanzelfsprekend is. De bal ligt primair bij de initiatiefnemers van de projecten zelf. Wij vinden dit onbegrijpelijk. Wij doen zo geen recht aan deze groep boeren en ondernemers die ook door het falen van de overheid in deze penibele situatie zijn beland. Wij vragen dan ook een toezegging van de minister dat deze groep op dezelfde wijze wordt behandeld als de PAS-melders en dat het Rijk en de provincies hier proactief mee aan het werk gaan.
Voorzitter. Dan ten aanzien van de handhaafbaarheid. De vraag is of dankzij deze nieuwe wet en haar programma het handhavend optreden vooralsnog uitgesteld kan worden. Hier bestaan duidelijke twijfels over. Kan de minister aangeven op basis van welke harde redenering de rechter overtuigd kan worden om de handhaving op te schorten?
In dergelijke gevallen heeft de PAS-melder juridische ondersteuning nodig. Aangegeven is dat wordt bezien of juridische kennis ter beschikking wordt gesteld. Onze vraag aan de minister is om een toezegging te doen dat in voorkomende gevallen juridische ondersteuning aanwezig is.
Voorzitter. Helaas moeten wij constateren dat de overheid bij uitvoering van haar beleid soms forse fouten maakt, erger nog, dat de overheid niet in staat blijkt op een adequate, voortvarende en menselijke wijze haar fouten te kunnen repareren en/of te kunnen compenseren. Dat geldt overigens niet alleen voor de PAS-melders, maar bijvoorbeeld ook voor de gedupeerden van het toeslagenschandaal, de bewoners van de huizen in Groningen die getroffen zijn door gasboringen of de bewoners van de huizen in Limburg met schade veroorzaakt door de mijnen. Per fout dan wel omissie van de overheid worden uitvoeringsorganisaties opgezet met als opdracht te zorgen voor adequate reparatie en compensatie. Helaas moeten we constateren dat dit tot veel extra werk van ambtenaren en soms ook van advocaten leidt, en dat dit dus ook veel geld en tijd kost. Tegelijkertijd zijn de meeste gedupeerden van de schandalen nog steeds niet geholpen. Zij verkeren als het ware nog steeds in een crisis.
De CDA-fractie roept de regering dan ook op om een commissie samen te stellen vanuit verschillende disciplines, die de opdracht heeft om de lessen van de diverse hersteloperaties te analyseren en vervolgens een basisplan op te stellen dat kan worden ingezet voor feitelijke reparatie bij en compensatie van burgers die gedupeerd zijn door fouten van de overheid met een grote impact op hun leven en hun bestaanszekerheid. Immers, in een crisis gelden soms andere wetten. Een dergelijke aanpak moet zorgen voor een adequate, zorgvuldige, voortvarende en menselijke wijze van handelen door de overheid richting de burgers. Onze fracties verzoeken de regering in dezen een toezegging om een dergelijke commissie te installeren. Zo niet, dan overweegt de CDA-fractie een motie in te dienen.
Voorzitter. Onze fracties zijn benieuwd naar de antwoorden van de regering.
De heer Nicolaï (PvdD):
De aankondiging van een motie in deze zin lijkt voor mij een beetje alsof er vast een doekje voor het bloeden wordt verzonnen om straks misschien met tegenzin voor het wetsontwerp te stemmen. Mijn vraag is: moeten we nou slachtoffers opvangen of moeten we slachtoffers voorkomen? Als u gelezen heeft wat er in alle stukken staat, is het u duidelijk dat als de Afdeling bestuursrechtspraak niet per 1 mei aanstaande precies weet welke concrete maatregelen wanneer worden genomen en welke maatregelen ook daadwerkelijk gelden, er dan gehandhaafd gaat worden. Als de heer Rietkerk zegt dat er misschien nog allerlei andere dingen gedaan kunnen worden door toekomstige ministers, is dat voor de Afdeling helemaal niet meer relevant, want de Afdeling heeft al aangegeven dat ze het zo zal doen. Mag ik daar een reflectie van de heer Rietkerk op?
De heer Rietkerk (CDA):
De reflectie is neergeslagen in een vraag die wij namens onze fracties hebben gesteld, omdat we onder het blokje handhaafbaarheid en handhaving de twijfels hebben geuit en de minister hebben gevraagd om aan te geven op basis van welke harde redenering de rechter overtuigd kan worden om de handhaving op te schorten. Dat is een concrete vraag. Ik heb dat antwoord wel nodig van de minister. De Partij voor de Dieren heeft dat misschien niet nodig, maar onze fracties wel.
De heer Nicolaï (PvdD):
Op zichzelf lijkt het antwoord me heel relevant, maar ik wil eigenlijk de bal terugkaatsen en aan het CDA vragen: als de minister daar nou geen voldoende antwoord op heeft, en als ze het legt naast de eisen van de Afdeling en niet zegt dat het klopt, dan neem ik toch aan dat de CDA-fractie tegen deze wet zal stemmen? Anders gaan we namelijk slachtoffers maken in plaats van slachtoffers opvangen.
De heer Rietkerk (CDA):
Onze fracties zijn blij dat de Partij voor de Dieren, net zoals onze fracties, het antwoord van de minister nodig heeft. Dat wachten we eerst af en dan hoort u het zo nodig in de tweede termijn.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Nicolaï.
De heer Nicolaï (PvdD):
Maar mijn vraag is: stel nou eens dat het antwoord zodanig is dat uw fractie zegt dat het mis gaat lopen, is dan het moment gekomen om tegen te stemmen?
De heer Rietkerk (CDA):
Eén wijze les wil ik u meegeven: als-danvragen moet je niet beantwoorden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Oplaat. De heer Oplaat spreekt mede namens de fractie van JA21 en de Fractie-Beukering.