Verslag van de vergadering van 3 februari 2026 (2025/2026 nr. 16)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.47 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Oplaat i (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Het wetsontwerp over de maatwerkaanpak voor de PAS-melders lijkt een technisch onderwerp, maar in werkelijkheid raakt het wel aan iets fundamenteels: het vertrouwen in de overheid, rechtszekerheid en fatsoenlijk bestuur. De BBB steunt dit voorstel, niet omdat het ideaal is en alles oplost, maar omdat het wel noodzakelijk is. Ik wil mijn betoog langs een aantal punten opbouwen. Aan het eind heb ik daarvoor een aantal vragen.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Voorzitter, ik heb een punt van orde. Ik heb de heer Oplaat overschat. Ik had gedacht dat de heer Oplaat na tweeënhalf jaar van punten van orde van mijn kant over zijn verhouding tot de integriteitscode wel had geleerd dat in de integriteitscode staat dat als iemand belang heeft bij een debat, hij dat op zijn minst meldt aan het begin van zijn bijdrage. Ik heb gewacht. Ik had eigenlijk verwacht dat de heer Oplaat dat zou hebben gedaan aan het begin van zijn betoog, maar hij handelt nu in strijd met de integriteitscode door zijn belangen in de landbouwsector niet te melden. Ik verzoek de voorzitter in te grijpen.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Oplaat.
De heer Oplaat (BBB):
Ik heb geen belangen in de discussie over PAS-melders. Ik heb geen familielid dat PAS-melder is. Ik heb zelf geen bedrijf. Ook bedrijven waarvoor ik werk hebben geen problemen met PAS-melders en stikstof an sich. Ik heb dus geen belangen. Ik moet er wel bij zeggen: ik heb de heer Beukering niet gevraagd naar belangen. Ik spreek wel namens de heer Beukering. Ik heb het ook niet gevraagd aan de collega's van JA21. Excuses daarvoor. Zij schudden hun hoofd. Ook zij hebben, net als ik, geen belang bij dit voorstel.
De voorzitter:
Ik denk dat we het met dit antwoord moeten doen.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik doe het niet met dit antwoord, voorzitter. De heer Oplaat heeft grote belangen in de veehouderij. Dit debat gaat over een wetsvoorstel over PAS-projecten. In het debat wordt gesproken over stikstof en de veehouderij in bredere zin. We kunnen de belangen van de heer Oplaat in die sector ... Hij is zowel in Nederland als op Europees niveau lobbyist voor de slachterijsector. Dat zijn dus bedrijven die dieren slachten die worden gehouden en die stikstof produceren. De heer Oplaat lobbyt voor die sector. In nauwe zin klopt het dat de heer Oplaat geen veehouderijbedrijf heeft, maar het zijn wel zijn partners. Dus ik vraag de voorzitter om in te grijpen.
De heer Oplaat (BBB):
Dit is een herhaling van zetten. Elke keer probeert men me weer dat frame aan te meten. Nogmaals, ik heb in dit kader geen belangen op het gebied van bedrijven of PAS-melders. Ik vertegenwoordig ook niet de veehouderij in mijn andere functie. Inderdaad, ik heb een Europese functie en men kijkt soms met verbazing naar hoe wij hier omgaan met onze landbouwsector. Het enige belang dat ik wel heb, is dat ik consument ben. Ik maak me grote zorgen over de voedselzekerheid in dit land en over hoe wij hier met onze ondernemers omgaan. Ja, dat belang heb ik. Verder heb ik geen belangen, zeker niet op het gebied van PAS-melders. Ik heb het zelfs nog even nagevraagd bij mijn leden, van wie ik normaal vertegenwoordiger ben, en heb zelfs nog even in mijn familie rondgekeken. Er zijn geen belangen op het gebied van PAS-melders. Anders had ik dit debat niet gedaan en niet kunnen doen.
Mevrouw Kluit i (GroenLinks-PvdA):
Ik heb dezelfde teleurstelling als mevrouw Visseren. Ik zou onszelf graag willen besparen dat elk debat dat wij hebben … Wij weten van tevoren niet wie vanuit de BBB-fractie het woord voert. De heer Oplaat gaat het woord voeren en vergeet elke keer te melden welke positie hij in het landbouwdomein heeft. Dat is een invloedrijke positie. Dat is hem van harte gegund, maar wat is het nou in hemelsnaam voor moeite om dat even te melden aan het begin van het debat? Dat bespaart ons allemaal enorm veel chagrijn. Het gaat om het aanzien van de Kamer, want ik kijk er absoluut niet naar uit om onszelf elke keer terug te zien in krantenartikelen over de matige toepassing van onze integriteitsregels. Ondertussen heeft hij er voldoende over gezegd, lijkt mij, maar begin er de volgende keer gewoon mee.
De voorzitter:
Volgens de integriteitsregels spreken we elkaar aan. Dat is nu ook gebeurd. Dit staat ook in de Handelingen. Ik als Voorzitter kan op dit moment niet iets anders doen, maar we kunnen het wel agenderen bij de verdere uitwerking, herziening en verbetering van de integriteitscode.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik zou het op prijs stellen als de heer Oplaat alsnog meldt welke belangen hij specifiek heeft, voordat hij zijn betoog vervolgt. Ik hoop dat hij dat in de toekomst zonder mijn interruptie kan.
De heer Oplaat (BBB):
Ik laat me dat frame niet elke keer aanmeten, want ik heb die belangen niet daar waar het gaat over dit wetsvoorstel. Dus ik laat me dat niet elke keer aanmeten. Al mijn andere functies kunt u vinden op mijn site en mijn cv. Daar staat alles wat ik doe keurig vermeld. Als u het wil weten: ik ben in Europa voorzitter van de vleesverwerkende industrie. Er werken 360.000 mensen, vooral niet in Nederland maar in de rest van Europa. We hebben 38 miljard euro omzet. Maar dat heeft niets te maken met deze PAS-melders. Als u denkt dat de slachterijen waarvan ik voorzitter ben, afhankelijk zijn van de Nederlandse veehouderij, dan moet ik helaas teleurstellen: ook dat is niet het geval, omdat heel veel in het buitenland plaatsvindt. Het zijn multinationals, internationale bedrijven. Dus nogmaals, ik laat me dat frame niet aanmeten; ik heb geen belang rond dit dossier over PAS-melders. Ik vind het heel vervelend dat u dat elke keer opnieuw opbrengt. Ik kan me niet langer daartegen verdedigen en ik wil me daar ook niet tegen verdedigen, omdat het gewoon onjuist is.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Oplaat (BBB):
Voorzitter. Dit dossier gaat over mensen en niet over modellen. Achter het begrip "PAS-melder" gaat geen abstract juridisch probleem schuil; daar zitten gezinnen achter, bedrijven, vaak familiebedrijven die al generaties op dezelfde plek zitten. Laat ik één voorbeeld noemen, representatief voor velen. Een melkveehouder in het oosten van het land breidde in 2017 zijn bedrijf uit, volgens de regels, met een PAS-melding na overleg met de provincie. Banken financierden mee en adviseurs rekenden alles door. Alle seinen stonden op groen, in het volste vertrouwen. Hij deed dus precies wat die overheid van hem vroeg. Toen veranderde in 2019 het juridische kader. Sindsdien leeft dit bedrijf in onzekerheid, niet door fraude, niet door nalatigheid, maar door vertrouwen op overheidsbeleid dat later onhoudbaar leek. Dat is de kern van dit debat.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Ik ben blij dat de heer Oplaat het een voorbeeld noemt, uit 2017. Maar is de heer Oplaat zich ervan bewust dat in 2017 al door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan het Hof van Justitie is gevraagd om uit te zoeken wat uiteindelijk gebleken is en waar de Afdeling naar heeft moeten handelen en waar in 2019 dus de uitspraak over is gegaan? In 2017 was al bekend dat er dynamiet onder die regeling lag. Waarom wordt daar geen rekening mee gehouden door u?
De heer Oplaat (BBB):
Omdat deze boer van het voorbeeld — dat is een voorbeeld voor velen — vertrouwd heeft op de overheid, op de regels die op dat moment golden. Hij heeft te goeder trouw gehandeld. De banken hebben meegefinancierd. De overheid heeft meegekeken. Iedereen was akkoord. De boer heeft daar te goeder trouw gehandeld. Als u komt met de vraag waarom hij toen geen vergunning heeft aangevraagd: dat kon toen niet, omdat we toen met een rekenkundige ondergrens zaten, en nu nog zitten, van 0,005 mol, waarmee geen boer of iemand ooit nog een vergunning zou kunnen krijgen. Dus hij heeft gebruikgemaakt van een regeling die op dat moment door de overheid werd goedgekeurd, tot er in 2019 een einde aan kwam, omdat er een juridische kaderwet werd verschoven. Dat kunt u die boer niet aanrekenen.
De heer Nicolaï (PvdD):
We hebben het vandaag over de vraag of mensen in de verdommenis zijn geraakt en of we ze moeten helpen en compenseren. Dat is een vraagstuk dat in het bestuursrecht "nadeelcompensatie" heet. Daarbij speelt de voorzienbaarheid. Als voorzienbaar was dat er risico's lagen in de sfeer van de geldigheid van die regeling, dan maak je geen aanspraak op schadeloosstelling. Zo is de regel. In 2017 was al duidelijk dat er gevaar dreigde.
De heer Oplaat (BBB):
En uw vraag is?
De heer Nicolaï (PvdD):
Mijn vraag is de volgende. Ik heb het idee — dat check ik bij de heer Oplaat — dat men bij de BBB en andere fracties te weinig oog heeft voor de vraag: was het eigenlijk niet voorzienbaar dat er gemorreld zou worden aan de juridische grondslag van die hele PAS? Als dat voorzienbaar was, dan geldt volgens het bestuursrecht gewoon dat het onder het risico valt van de ondernemer. We praten niet over een familie. We praten over een ondernemer. Dat kan ook een ondernemer zijn die heel iets anders doet. Dan gelden precies dezelfde regels.
De heer Oplaat (BBB):
Maar achter die ondernemers zitten mensen. Daar zitten wel families achter. Die families denken maar één ding: hoe kan ik mijn bedrijf verbeteren, vergroten en efficiënter maken? Dat denken bedrijven. Dat denken families aan de keukentafel, of ze nou boer zijn of iets anders. Dit voorbeeld ging over een boer, een veehouder. Die kwam in de problemen en heeft toen vertrouwd op de overheid, die toestemming heeft gegeven om de PAS-melding te doen en daarmee verder te gaan. U kunt wel zeggen dat die boer dat had kunnen voorzien, maar ja, als je alles van tevoren weet, kun je voor een dubbeltje de wereld rond, wordt vaak gezegd. Die boer kon dat op dat moment niet voorzien. Die heeft te goeder trouw gehandeld, samen met de overheid, die dit heeft toegestaan.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Nicolaï.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik heb begrepen dat de PAS-meldingen bijna altijd via een bedrijfsadviseur liepen. Zo'n bedrijfsadviseur weet precies waar de gevaren zitten, wat de regelingen waren, wat de regelingen zijn geworden, wat de achtergrond is enzovoort. Als het die boer niet is aan te rekenen, dan is het dus in ieder geval zijn adviseur aan te rekenen. Dan geldt dat het voorzienbaar was. Dat wou ik nog even opmerken.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de vraag aan de minister gesteld waarom een boer zich niet op het vertrouwensbeginsel kan beroepen, zoals u ook zegt. Waarom denkt u dat dat zo is?
De heer Oplaat (BBB):
Wilt u dat nog één keer herhalen, want ik verstond het laatste niet, doordat er iets doorheen kwam. Excuses.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Als er evident fouten zijn gemaakt door de overheid, dan kan een ondernemer of een burger zich in rechtszaken beroepen op het vertrouwensbeginsel. Waarom zou dat in dit geval niet het geval zijn? Waarom moeten we hier een extra wet voor maken?
De heer Oplaat (BBB):
Dat zou ik niet weten. Ik ben geen jurist. Dat zou u aan de minister kunnen vragen. Bij dezen geleid ik de vraag door naar de minister.
Voorzitter. In deze Kamer wegen wij wetten op rechtsstatelijkheid. Dan kunnen we niet om het beginsel van gerechtvaardigd vertrouwen heen, zoals al vaker werd gezegd. Burgers en ondernemers die handelen binnen een wettelijk kader dat door de overheid zelf is ontworpen, mogen niet jaren later nog als overtreders worden behandeld, zonder perspectief. Dat is geen emotioneel BBB-, JA21- of Fractie-Beukering-betoog. Dat is niets meer of minder dan vragen om behoorlijk bestuur. Wie hier heel stoer zegt "de wet is de wet", vergeet dat evenredigheid, zorgvuldigheid en rechtszekerheid onderdeel zijn van diezelfde wet. Redelijkheid en billijkheid moeten altijd meegewogen worden, is mij als niet-jurist altijd geleerd. Dit wetsvoorstel erkent dat de overheid hier zelf een verantwoordelijkheid heeft. De overheid neemt die verantwoordelijkheid door die redelijkheid en billijkheid te zoeken. Daar verdient deze minister een groot compliment voor. Deze minister probeert de menselijke maat te hanteren en neemt de tijd om ondernemers te helpen. Dat spreekt ons als BBB aan.
Voorzitter. Meten met twee maten ondergraaft de rechtsstaat. Laten we het ongemakkelijke punt dan ook niet ontwijken: een boer met een PAS-melding zit al jaren in onzekerheid, terwijl Schiphol, een van de grootste stikstofbronnen van Nederland, jarenlang kon en kan opereren zonder geldige natuurvergunning en nu opnieuw een aantal jaren uitstel krijgt. Dat is vergelijkbaar met deze wet. Schiphol krijgt ook tijd om oplossingen te zoeken. Ik zeg dit niet om Schiphol aan te vallen, want BBB draagt Schiphol als economische motor een warm hart toe. Ik geef dit als voorbeeld om te laten zien waar het hier misgaat. Voor grote nationale belangen lijkt altijd een oplossing te bestaan, maar voor het kleine mkb en voor familiebedrijven niet, terwijl deze bedrijven ook van nationaal belang zijn. Denk bijvoorbeeld aan onze agrarische bedrijven voor onze voedselzekerheid. Dat is een soort van rechtsongelijkheid die de rechtsstaat zich niet kan permitteren. Dit wetsvoorstel probeert die scheefgroei te corrigeren. Daarom geeft de BBB steun aan dit wetsvoorstel.
Voorzitter. Ik heb het binnen en buiten de Kamer vaker gezegd: we hebben geen stikstofprobleem in Nederland, maar een stikstofwetprobleem. Vorige kabinetten hebben dit probleem zelf gecreëerd door stikstof op te voeren terwijl Brussel alleen maar vroeg om een goede instandhouding van de natuur en niet om stikstof. Er zijn meerdere zogenaamde drukfactoren die invloed hebben op de natuur, niet alleen stikstof. Nederland en ondernemers liepen vast door een combinatie van extreem fijnmazige modelberekeningen, juridische ficties tot achter de komma en regelgeving die ongeveer iedere menselijke activiteit verdacht maakte. Daar schoot de natuur natuurlijk niets mee op en onze samenleving liep vast, om nog maar te zwijgen van wat de provincie Utrecht van plan is in het UPLG, het Utrechts Programma Landelijk Gebied. Boeren moeten daar een grote beperking van ammoniak- en stikstofuitstoot hebben met als doel de PAS-melders te legaliseren. De landbouw moet het overheidsfalen dus zelf oplossen. Dat is geen bestuurlijk falen; dat vind ik zelfs onbehoorlijk bestuur. Ik zou daar graag een reactie op krijgen van deze minister.
Voorzitter. In het begin noemde ik al een praktijkvoorbeeld van een boer die te goeder trouw had gehandeld. Ik wil er nog een paar geven om te schetsen wat er aan de hand is. Een ambachtelijk bedrijf op 10 kilometer afstand van een Natura 2000-gebied heeft een natuurvergunning nodig voor een extra bestelbus. Een loonbedrijf, decennialang op dezelfde plek, mag geen loods bouwen vanwege een theoretische depositie die niemand kan meten. Ondernemers die willen verduurzamen, worden behandeld alsof het om zware industrie gaat. Een boer moet, werkelijk waar, verdwijnen omdat hij op 15 kilometer afstand — ja, u hoort het goed: op 15 kilometer afstand — van een natuurgebied zit. Tussenliggende huizen, wegen en industrie kunnen allemaal blijven, maar die boer moet daar verdwijnen. Daar kun je als normaal denkend mens toch nooit mee instemmen?
Zelfs als we al het vee uit Nederland weg zouden halen, zouden we nog niet voldoen aan de wet die we gecreëerd hebben. We hebben dus een stikstofwétprobleem. Een laatste voorbeeld, dat wel heel ver gaat, is het toegangsverbod voor honden in het bos van Ulvenhout in verband met de stikstofuitstoot van een hondendrol. Dan heb je toch een stikstofwetprobleem? Dat is met deze voorbeelden toch niet meer te ontkennen? En wat als de wolf zou verschijnen in het bos van Ulvenhout? Gaat de natuur daar dan omvallen? Sorry dat ik er een karikatuur van maak, maar dit is de realiteit waar mensen in het land mee te maken hebben.
Daarom is maatwerk juridisch noodzakelijk en ook uitvoerbaar. De eerste legalisatieaanpak heeft onvoldoende gewerkt; volgens mij hebben we dat met z'n allen vastgesteld. Daarover zijn door de heer Rietkerk ook al getallen naar voren gebracht. Hier is maatwerk gevraagd, niet als gunst, maar als uitwerking van het evenredigheidsbeginsel. Dit wetsvoorstel verankert dat maatwerk in de wet. Het is toetsbaar, uitvoerbaar en handhaafbaar. Dat is beter dan improvisatie via beleidsregels en gedogen, maar maatwerk kost tijd, inzet en geld. Onrecht kost echter meer.
Voorzitter. De termijn tot 2028 gaat over realisme boven schijnzekerheid. De verlenging tot 1 maart 2028 is geen uitstelgedrag; het is de erkenning dat meerdere eerdere termijnen niet uitvoerbaar waren. De BBB kiest hier ook voor zorgvuldigheid en rechtszekerheid en is blij met de voorgestelde extra tijd.
Voorzitter. Dan de rekenkundige ondergrens en de kritische depositiewaarde. Terug naar de redelijkheid! Ook in het coalitieakkoord van het minderheidskabinet dat er lijkt te komen, staat dit vermeld. De rekenkundige ondergrens gaat naar 1 mol en de kritische depositiewaarde gaat uiteindelijk uit de wet. De partijen nemen de voorstellen over die de huidige minister al regelmatig heeft geprobeerd door de Kamers te brengen. Daar zijn we blij mee. Zonder aanpassing van de rekenkundige ondergrens blijft dit beleid kwetsbaar. BBB heeft er ook al vaker op gehamerd dat de kritische depositiewaarde uit de wet kan. Nederland rekent nu namelijk met een ondergrens die feitelijk neerkomt op nul. Andere landen doen dat anders. Het argument van de veedichtheid gaat hier niet op. Het gaat namelijk om een depositie in een gebied. De Nederlandse norm van 0,005 mol is heel scherp en volstrekt onhaalbaar. Even voor de balans: alleen de luchtvaart in Nederland draagt al 2 mol per hectare per jaar bij.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is of de BBB zich realiseert dat de rekenkundige ondergrens niet alleen voor landbouwbedrijven geldt, maar voor alle bedrijven in Nederland.
De heer Oplaat (BBB):
Ja.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Realiseert de BBB zich dan ook dat er aanzienlijk minder ruimte overblijft voor de landbouw in Nederland als andere bedrijven meer vergunningen krijgen?
De heer Oplaat (BBB):
Nee.
Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):
Dan is de BBB werkelijk waar de enige die denkt dat dat niet gaat gebeuren, want dat is in de afgelopen maanden in heel veel artikelen uit-en-ter-na door wetenschappers en deskundigen voorgerekend. De BBB pleit hier dus voor een verdergaande krimp van de landbouw, merk ik maar op.
De heer Oplaat (BBB):
Die opmerking laat ik aan uzelf, mevrouw Kluit. U kunt me veel verwijten, maar dat laatste niet. U kunt mij niet verwijten dat ik pleit voor een krimp van de landbouw.
Voorzitter. Ik was bezig met de 2 mol per hectare per jaar van alleen al de luchtvaart. Een hondendrol op een voetbalveld of een ganzenpoepje op een weiland in de nabijheid van een Natura 2000-gebied is al in strijd met de huidige wet. Dat is een vrijbrief voor juridische activisten om een land zo ongeveer lam te leggen.
Net over de grens is dat anders en kent men dit probleem niet. En de natuur staat daar niet op omvallen. Ik woon zelf niet ver van de Duitse grens. Ik spreek regelmatig met Duitse boeren en Nederlandse boeren. Aan de ene kant moet er dan een stal verdwijnen, terwijl er werkelijk waar binnen 150 meter, aan de andere kant van de grens, een stal gebouwd wordt. Duitsland hanteert namelijk 21 mol. Denemarken werkt met een ondergrens van 35 mol en Nederland werkt met 0,005 mol.
Om enig misverstand en frames te voorkomen — ik hoorde het mevrouw Kluit in het begin ook weer zeggen — het noodzakelijk verhogen van de rekenkundige ondergrens naar 1 mol leidt niet tot meer stikstofuitstoot. Iedere boer heeft in zijn vergunning het maximale aantal vee-eenheden opgelegd gekregen, naast heel veel andere regels. Nederland rekent bedrijven af op effecten die niet meetbaar zijn, maar die wel juridisch fataal zijn, door een modellenwerkelijkheid. Dat is niet streng, dat is onwerkbaar. De BBB roept het kabinet op om hier zo snel mogelijk duidelijkheid over te geven, want zonder realistische ondergrens blijft elk maatwerk financieel en juridisch onder druk staan.
Voorzitter. Dan de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en betaalbaarheid. Dit wetsvoorstel is wat ons betreft uitvoerbaar, omdat het met realistische termijnen werkt. Het is handhaafbaar, omdat het voorlopige rechtszekerheid biedt in plaats van een juridisch vacuüm. Het is betaalbaar, omdat het voorkomt dat duizenden dossiers verzanden in eindeloze procedures en schadeclaims. Niet handelen is uiteindelijk het duurste scenario.
Voorzitter. Dit wetsvoorstel is geen eindpunt, maar is een noodzakelijke correctie. Een overheid die fouten maakt, moet die ook durven te herstellen. Een rechtsstaat toont zijn kracht niet door starheid, maar door rechtvaardigheid. BBB complimenteert deze minister en heeft tot slot nog een paar vragen. Kan de minister concreet aangeven hoeveel PAS-melders daadwerkelijk kunnen worden geholpen met een hogere rekenkundige ondergrens? Dat kan ook in een percentage. Volgens mij zei zij de vorige keer dat het ging om ongeveer 80% tot 90%. Hoe voorkomt de minister dat handhaving in de komende jaren leidt tot rechtsongelijkheid tussen grote infrastructurele projecten en individuele ondernemers, dus tussen, laat ik maar zeggen, de grootindustrie zoals Schiphol en het mkb en de agrarische ondernemers?
Voorzitter. Wat is de geraamde financiële impact van maatwerkoplossingen, inclusief compensatie en begeleiding? Hoe wordt voorkomen dat kosten worden doorgeschoven naar provincies en ondernemers? Dan met betrekking tot de rekenkundige ondergrens: wanneer komt het kabinet met een concreet voorstel om de kritische depositiewaarde uit de wet te halen en de rekenkundige ondergrens aan te passen? Hoe wordt daarbij aansluiting gezocht met andere EU-landen?
Voorzitter. Dan de juridische houdbaarheid. Hoe borgt de minister dat besluiten binnen de maatwerkaanpak standhouden bij de rechter en niet leiden tot nieuwe juridische onzekerheid?
Dan een laatste punt, onbehoorlijk bestuur. Is de minister het met de BBB eens dat het handelen van de provincie Utrecht, namelijk het legaliseren van PAS-melders op het bordje van de boeren leggen, onbehoorlijk bestuur is?
Voorzitter, dit is de inbreng namens BBB, JA21 en de Fractie-Beukering. We zien uit naar de antwoorden. Dank u wel.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik hoor de heer Oplaat spreken over maatwerk. Dat was het oorspronkelijk, in het ontwerp zoals het was ingediend. Door een wijziging, door amendering, is het geen maatwerk meer, want er staat nu dat alle 3.000 mensen gelegaliseerd moeten worden. Dat is geen maatwerk. Dat is een verplichting tot het verlenen van vergunningen. Kan de heer Oplaat mij aangeven op grond waarvan zijn fractie denkt dat het binnen de grenzen mogelijk zal zijn om al die vergunningen te verlenen? Ik zeg er meteen bij: dat zijn niet de grenzen die de heer Oplaat redelijk vindt, maar dat zijn de grenzen die vanuit Europa en de Nederlandse wetgeving door de rechter moeten worden gerespecteerd.
De heer Oplaat (BBB):
"Alle" kan ik niet zeggen. Maar als we beginnen door de rekenkundige ondergrens naar 1 mol te brengen — wat mij betreft gaan we verder, naar het Duitse model en het Deense model — dan wordt volgens mij 80% tot 90% van de ondernemers gelegaliseerd. Maar dat percentage horen we straks van de minister. Bij 1 mol hebben die dan geen natuurvergunning nodig. Dan heb je maatwerk nodig voor de 10% tot 20% van de PAS-melders die overblijven. Daarbij zijn misschien meerdere drukfactoren van belang voor het in stand houden van de goede natuur, want daar praten we over.
De heer Nicolaï (PvdD):
Even over die rekenkundige ondergrens. Dat is een algemene, in Nederland geldende ondergrens. Het is een grenswaarde die in heel Nederland geldt, terwijl we meer dan 100 verschillende habitatgebieden hebben, die ieder een eigen identiteit en karakteristiek hebben. De grenswaarde die oorspronkelijk in de PAS zat, is door de rechter afgeschoten. Bij die grenswaarde werd gezegd dat men geen vergunning nodig had omdat er geen rekening werd gehouden met de karakteristieken van de onderscheiden gebieden. Waarom zou een rechter nu dan wel akkoord gaan met een rekengrens die daar geen rekening mee houdt?
De heer Oplaat (BBB):
De rechter doet namelijk uitspraken op basis van een foutieve wet. Alles wordt afgerekend op 0,005 mol. Ik heb een paar voorbeelden genoemd: niemand kan nog een vergunning krijgen, geen boer, geen ondernemer, geen bestelbus. Als we naar 1 mol gaan, hebben we een begin. Dan kunnen we 80% tot 90% van de bedrijven die geen natuurvergunning nodig hebben, legaliseren. Voor de andere bedrijven gaan we kijken naar goede instandhouding van de natuur. Daar waar maatregelen genomen moeten worden, nemen we maatregelen met maatwerk. Daar wil iedereen aan meewerken. Daar is geen enkele discussie over. Maar we moeten af van het gecreëerde stikstofwetprobleem dat we nu hebben. We moeten naar 1 mol. Wat mij betreft gaan we naar het Duitse model met 20 mol en 35 mol.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Nicolaï.
De heer Nicolaï (PvdD):
Mijn vraag aan de heer Oplaat was de volgende. Als een rechter eerder heeft gezegd dat de grenswaarde die toen in de PAS zat, een algemene grenswaarde was — en dat mag niet; kijk maar naar het Hof van Justitie van Europa — waarom zou een algemene grenswaarde, die niet gebiedsgericht is, nu dan wel mogen worden ingevoerd? Die wordt toch meteen weer afgefloten door de rechter? Wat denkt de heer Oplaat daarvan?
De heer Oplaat (BBB):
De wet wordt hier hopelijk op aangepast, zoals ook is aangekondigd in het nieuwe coalitieakkoord. De rekenkundige ondergrens gaat naar boven, de kritische depositiewaarden gaan uit de wet en we gaan kijken naar de goede instandhouding van de natuur, zoals Brussel vraagt. Dat gaat niet alleen over stikstof. Dat gaat ook over water, het gebruik van schaapskuddes et cetera et cetera. Ik heb goede hoop op de toekomst.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Visseren. Zij spreekt namens de Fractie-Visseren-Hamakers.