Op 3 februari 2026 organiseerde de commissie voor Digitalisering een deskundigenbijeenkomst over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Deze strategie, gepresenteerd in juli 2025, vormt samen met de Strategie Digitale Economie en de Nederlandse Cybersecurity Strategie het fundament onder het digitaliseringsbeleid van het demissionaire kabinet‑Schoof. Tijdens de bijeenkomst werden senatoren in twee blokken bijgepraat over de voorwaarden, knelpunten en risico’s van de NDS. Verschillende deskundigen uit wetenschap, adviescolleges, uitvoeringsorganisaties en belangenorganisaties gaven hun visie.
Frank Robben van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid liet zien hoe een overheid efficiënter kan werken door brongegevens decentraal te beheren en de actuele gegevens digitaal te delen binnen duidelijke kaders. In België wordt dit geregeld via sectorgerichte integratoren die clearing van gegevensuitwisseling, ICT‑standaarden, veiligheid en procesinrichting organiseren. Dit model leidt tot een betrouwbare, gebruiksvriendelijke en privacy‑conforme dienstverlening. Nederland kan volgens de Kruispuntbank veel leren van deze integrale aanpak.
Bram Klievink (Universiteit Leiden) benadrukte dat digitalisering inmiddels de ruggengraat vormt van overheidsbeleid. De effectiviteit van de NDS hangt volgens hem af van hoe de overheid omgaat met drie structurele spanningen: tussen centrale sturing en decentrale uitvoering, tussen vernieuwingsambities en verouderde IT‑systemen, en tussen beleid en de weerbarstige praktijk. Klievink pleitte niet voor nieuwe structuren, maar voor realistische keuzes, aandacht voor uitvoerbaarheid en duidelijke prioriteiten. De Eerste Kamer speelt hierbij een belangrijke rol door scherp te toetsen of digitale verplichtingen haalbaar zijn en of risico’s voldoende zijn meegenomen.
Adri de Bruijn van het Adviescollege ICT‑toetsing waarschuwde dat de NDS alleen kan slagen als belangrijke randvoorwaarden worden ingevuld. Het gaat daarbij om een gedeelde en concrete toekomstvisie, duidelijke prioriteiten (zoals cloud en digitale weerbaarheid), tempo in de uitvoering via kleine stappen, forse investeringen in oude systemen, aansluiting bij Europese ontwikkelingen zonder ‘nationale koppen’, betere samenwerking tussen bestuurslagen, voldoende expertise en geld, en een stevige politieke borging. Zonder deze voorwaarden dreigt de NDS te stranden.
Senatoren stelden vragen over internationale voorbeelden, lessen uit fouten elders, continuïteit van overheidsdiensten, goede contracten met leveranciers en nieuwe focuspunten in de aanbestedingsprocedures en de rol van de Eerste Kamer bij digitale uitvoeringstoetsen.
Rick Lawson van het College voor de Rechten van de Mens steunt de NDS, maar waarschuwde dat grondrechten vanaf het begin centraal moeten staan. Het College maakt zich zorgen over het verruimen van gegevensdeling zonder voldoende aandacht voor privacy, het ontbreken van prioriteit voor digitale toegankelijkheid, het gebrek aan scholing van ambtenaren in grondrechten en het ontbreken van een verplichte grondrechtentoets voor algoritmes en AI‑systemen. Ook waarschuwde Lawson dat Europese digitaliseringsregels niet mogen worden afgezwakt onder het mom van innovatie.
Nathan Ducastel van de VNG, tevens voorzitter van de NDS-Raad, benadrukte dat de urgentie voor digitalisering groot is en dat de NDS vraagt om minder vrijblijvendheid en meer standaardisatie. De Eerste Kamer zou volgens Ducastel moeten toezien op landelijke invoering van generieke standaarden, digitale toetsen bij nieuwe wetgeving moeten toepassen en aandacht moeten hebben voor voldoende investeringen in digitale infrastructuur. Dit versterkt de digitale basis van de overheid en draagt bij aan betere publieke dienstverlening.
Digitaliseringsstrateeg Daan Rijsenbrij schetste een kritischer beeld. Volgens hem is de digitalisering van de Rijksoverheid al jaren in slechte staat, onder meer door verwaarlozing van IT‑systemen en gebrek aan digitale kennis in de politiek. Hij pleitte voor stevige maatregelen, zoals een minister van Digitale Zaken, centrale regie, opschoning van systemen, betere architectuur, meer transparantie en grote investeringen. Zonder zulke ingrepen vreest hij nieuwe “digitaliseringsdrama’s”. Hij pleitte voor toegang van burgers tot de informatie die bij uitvoeringsinstanties over hen beschikbaar zijn en inzicht in de algoritmen die benut worden bij het berekenen van hun uitkeringen, toeslagen en dergelijke.
Senatoren vroegen onder meer hoe de uitvoering van de NDS bij gemeenten geborgd is, hoe grondrechten beschermd blijven, of ambtenaren beter getraind moeten worden, hoe samenwerking zich verhoudt tot autonomie en of digitale infrastructuur deels in publieke handen moet komen. Ook werd gesuggereerd om mensenrechtenexpertise toe te voegen aan de NDS‑raad.