T04109

Toezegging Actiever inzetten artikel 350 EU-Werkingsverdrag (VWEU) (36.715)



De minister van Buitenlandse Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van der Goot (OPNL), toe om in aanloop naar het Nederlandse voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Benelux in 2026, in overleg te treden met de Belgische en Luxemburgse collega’s over het actiever inzetten van artikel 350 van verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de Kamer te informeren over de uitkomsten.


Kerngegevens

Nummer T04109
Status openstaand
Datum toezegging 4 november 2025
Deadline 31 december 2026
Verantwoordelijke(n) Minister van Buitenlandse Zaken
Kamerleden drs. A.Sj. van der Goot (OPNL)
Commissie commissie voor Europese Zaken (EUZA)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Benelux
Benelux Unie
regionale unie
Kamerstukken Staat van de Europese Unie 2025 (36.715)


Uit de stukken

Handelingen I 2024/2025, nr. 6, item 8, p. 3-4.

De heer Van der Goot (OPNL):

(…) Is de minister bereid om te bevorderen dat in 2026 tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Benelux het initiatief wordt genomen om samen met de andere Benelux-landen de gebruiksmogelijkheden van artikel 350 van het EU-Werkingsverdrag actiever in te zetten, bijvoorbeeld met betrekking tot de aanbevelingen van het Benelux-parlement en daarover een notitie met beide Kamers en het Beneluxparlement te delen?

Handelingen I 2024/2025, nr. 6, item 8, p. 26-27.

(…)

De heer Van der Goot (OPNL):

Dank voor het antwoord van de minister inzake de rol van de Benelux. De intentie is dat er goed wordt samengewerkt, maar dat was niet de essentie van de opmerking die ik vandaag ik mijn bijdrage heb gemaakt. Die gaat met name over de vraag of we artikel 350 van het Werkingsverdrag van de EU actief kunnen inzetten. Zou de minister tijdens het voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Benelux volgend jaar met een gezamenlijk standpunt kunnen komen dat de inzet wordt van de minister om de beide Kamers, maar ook het Benelux-parlement te informeren over hoe men dit werkelijk gaat activeren? Ik heb soms de indruk dat het een beetje in de versukkeling is geraakt. Hoe ziet de minister dat?

Minister Van Weel:

Ik ben bereid om daarover in de aanloop naar ons voorzitterschap in overleg te treden met de Belgische en Luxemburgse collega's. Ik zal de Kamer informeren over de uitkomsten, over hoe we dat op een goede manier tot leven kunnen wekken of tot wakkerheid kunnen laten komen; u had het over in slaap sukkelen.

De heer Van der Goot (OPNL):

Dank voor dit antwoord. Wat we zelf als leden van het Benelux-parlement merken als wij met aanbevelingen komen, is dat het enerzijds weleens een tijdje duurt voordat er een antwoord van het Comité van Ministers komt; zeg maar gerust vier jaar. In de tweede plaats merken we dat het dan beschrijvend van aard is, in de zin van wat de verschillende landen doen, maar dat er vervolgens niet wordt gekeken wat dat in het kader van artikel 350 zou kunnen betekenen.

Minister Van Weel: Dat nemen we dan daarin mee. Ik hoor uw commentaar en teleurstelling, als ik het zo mag uitdrukken. Vier jaar lijkt me inderdaad rijkelijk lang. Ik neem dat mee in de bespreking met de collega's. Het regent toezeggingen!


Brondocumenten


Historie

  • 4 november 2025
    toezegging gedaan