De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 10 februari over een nieuw Wetboek van Strafvordering dat het strafprocesrecht moderniseert. Het huidige Wetboek van Strafvordering is honderd jaar oud. De Kamer stemt dinsdag 24 februari over het wetsvoorstel en de ingediende moties. De senaat voerde hiermee naar verwachting het laatste debat met het demissionaire kabinet-Schoof.
Tijdens het debat werden demissionair minister Van Oosten en staatssecretaris Rutte van Justitie en Veiligheid bijgestaan door Geert Knigge, emeritus-hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is als regeringscommissaris tijdelijk door de regering benoemd als deskundige voor de modernisering van dit wetboek. De Kamerleden waren van mening dat het goed was dat het wetboek wordt gemoderniseerd. Het is bijvoorbeeld de bedoeling dat met de zogeheten 'beweging naar voren' strafzaken efficiënter en beter voorbereid bij de zittingsrechter komen. Het doel daarvan is dat de doorlooptijden van strafprocessen korter worden. Wel waren er zorgen, zoals over de digitalisering die tegelijk met het nieuwe Wetboek moet worden ingevoerd. De bedoeling is dat het Nieuwe Wetboek van Strafvordering op 1 april 2029 in werking treedt. Sommige Kamerleden waarschuwden ervoor dat als de nieuwe ICT-systemen van onder andere het Openbaar Ministerie dan nog niet goed (genoeg) werken, de invoering van het nieuwe wetboek zou moeten worden uitgesteld.
Het Wetboek van Strafvordering bevat regels voor de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Door veroudering van het huidige Wetboek en door verschillende ontwikkelingen in de samenleving is een modernisering van het Wetboek nodig. De regering wil hiermee het nieuwe Wetboek van Strafvordering toekomstbestendig, voor burgers en professionals toegankelijk en in de praktijk werkbaar maken. Het huidige Wetboek van Strafvordering is in 1926 ingevoerd. De samenleving waarvoor het Wetboek oorspronkelijk is gemaakt is inmiddels ingrijpend veranderd door nationale en internationale ontwikkelingen.
Het Wetboek is de afgelopen decennia dan ook vaak gewijzigd waardoor het onoverzichtelijk en ontoegankelijk is geworden. De modernisering brengt het Wetboek inhoudelijk bij de tijd en maakt het inzichtelijk. Ook maakt het een (verdere) digitalisering van het strafproces mogelijk. Daarnaast bevat het een duidelijke beschrijving van de positie van de belangrijkste procesdeelnemers met hun rechten en bevoegdheden. Het wetsvoorstel staat ook bekend als de Eerste vaststellingswet en stelt samen met de Tweede vaststellingswet het nieuwe Wetboek van Strafvordering vast.
Er zijn drie moties ingediend:
-
-De motie-Recourt c.s. over de financiering van de digitalisering van het herziene Wetboek van Strafvordering. De staatssecretaris heeft de motie ontraden.
-
-De motie-Dittrich c.s. over toetsen van onderzoeksbeslissingen van het Openbaar Ministerie. De minister heeft de motie ontraden.
-
-De motie-Nicolaï c.s. over voorschriften van het Wetboek van Strafvordering bij ontbreken van rechtsbijstand. De staatssecretaris heeft de motie ontraden.
GroenLinks-PvdA: Eerst ICT op orde
Senator Recourt sprak mede namens de Fractie-Visseren-Hamakers. Hij onderschreef de noodzaak van modernisering en beoordeelt de wetsvoorstellen op hoofdlijnen positief. Hij wees erop dat achter de doelstellingen politieke keuzes schuilgaan, met name ten aanzien van rechtsbescherming. Recourt heeft wel zorgen over het veelvuldig gebruik maken van de voorlopige hechtenis en het ontbreken van een fundamentele herziening. De 'beweging naar voren' roept wel vragen op over rechtsbescherming en regie. Recourt vroeg verder aandacht voor het gebruik van AI, sociale advocatuur en kwetsbare verdachten. De grootste zorg van GroenLinks-PvdA gaat over de digitalisering. Zonder goed functionerende ICT en voldoende middelen kan het nieuwe wetboek niet per 1 april 2029 worden ingevoerd, aldus Recourt.
D66: Pleidooi voor zorgvuldige implementatie
Senator Dittrich sprak waardering uit voor de zorgvuldige voorbereiding en steunt de modernisering. Ook hij onderschrijft de 'beweging naar voren', maar vraagt of deze daadwerkelijk leidt tot kortere doorlooptijden. Dittrich heeft zorgen over de vrijblijvendheid van regiezittingen en de rolverdeling tussen rechter-commissaris en zittingsrechter. Hij benadrukte het belang van voldoende capaciteit en financiering voor de verdediging. Ook de positie en afdwingbaarheid van slachtofferrechten vragen aandacht. D66 hecht groot belang aan een zorgvuldige implementatie. Dittrich wil het advies dat de Eerste Kamer heeft aangevraagd bij het Adviescollege ICT-toetsing zwaar laten wegen.
JA21: Heroverweeg invoeringsdatum
Ook senator Van Bijsterveld erkende de noodzaak van modernisering, maar stelde de uitvoerbaarheid centraal. Haar fractie vreest dat fundamentele keuzes ontbreken en dat te veel aan de praktijk wordt overgelaten. JA21 heeft grote zorgen over de haalbaarheid van invoering per 2029, gezien de personeelstekorten en hoge werkdruk. Digitalisering en cyberveiligheid vormen daarbij belangrijke risico's, aldus Van Bijsterveld. Ook de regierol van de rechter-commissaris is kwetsbaar. Ze pleitte voor heroverweging van de invoeringsdatum als de randvoorwaarden niet worden gehaald.
Fractie-Walenkamp: Pleidooi voor bezinning
Senator Walenkamp uitte twijfels over de haalbaarheid van het nieuwe wetboek. Volgens hem is de strafrechtketen te kwetsbaar voor een operatie van deze omvang. Zijn zorgen gaan over onder andere digitale opsporing, AI, ICT-risico's en financiële houdbaarheid. Volgens Walenkamp dreigt de verdediging structureel op achterstand te raken. De huidige staat van de keten maakt invoering risicovol. Hij pleitte voor bezinning en uitstel en waarschuwde tegen invoering zonder stevige garanties.
CDA: Cultuuromslag nodig
Senator Doornhof zei dat zijn fractie de modernisering steunt vanuit het uitgangspunt van publieke gerechtigheid. Hij ziet kansen in de 'beweging naar voren', maar benadrukt dat succes afhankelijk is van een cultuuromslag en samenwerking in de strafrechtketen. Digitalisering is volgens het CDA een essentiële randvoorwaarde. Doornhof zei dat de volgorde niet klopte: eerst dit debat en pas later het advies van het Adviescollege ICT-toetsing. Ook vroeg hij aandacht voor voldoende middelen en voor zorgvuldige inzet van AI. Invoering van het nieuwe wetboek mag niet ten koste gaan van rechtsbescherming. Een goed werkend wetboek van strafvordering is niet alleen juridisch nodig maar ook moreel, besloot Doornhof.
ChristenUnie: ICT-gereedheid cruciaal
Senator Talsma stond positief tegenover de modernisering, maar waarschuwde dat versnelling niet mag leiden tot verlies van zorgvuldigheid. De ChristenUnie steunt de 'beweging naar voren', mits deze geen negatieve gevolgen heeft voor rechtsbescherming. Hij maakt zich zorgen over de beschikbaarheid van rechtsbijstand in een vroeg stadium. Ook vroeg hij aandacht voor de extra druk op rechter-commissarissent en de toepassing en motivering van voorlopige hechtenis. ICT-gereedheid is cruciaal. De ChristenUnie-fractie wacht met spanning op advies van het Adviescollege ICT-toetsing, aldus Talsma.
BBB: Meer geld nodig
Senator Marquart Scholtz sprak waardering uit voor het wetgevingsproject, maar zag de uitvoering als het grootste risico. Ook de BBB-fractie maakt zich grote zorgen over de ICT-problemen bij het Openbaar Ministerie. Zonder substantiële extra investeringen vindt Marquart Scholtz invoering onverantwoord. Hij pleitte voor directe financiële ondersteuning en het schrappen van de bezuinigingen op het Openbaar Ministerie. Hij wees op een pleidooi voor een beleidsluwe periode rond de invoering. Dat pleidooi staat haaks op het aantal (initiatief)wetsvoorstellen dat momenteel in behandeling is. Tot slot vroeg Marquart Scholts aandacht voor problemen bij de tenuitvoerlegging van straffen.
VVD: Noodzakelijk en toekomstgericht
Senator Vogels was positief over de modernisering van het wetboek en het zorgvuldige wetgevingsproces. De VVD-fractie ziet het nieuwe wetboek als noodzakelijk en toekomstgericht. Wel benadrukte ook Vogels dat succesvolle invoering van het nieuwe wetboek afhankelijk is van ICT, capaciteit en uitvoering bij alle ketenpartners. De VVD-fractie vroeg om duidelijkheid over de gereedheid van het Openbaar Ministerie. Ook voor Vogels moeten adviezen van het Adviescollege ICT-toetsing zwaar wegen bij de besluitvorming. Voor de VVD-fractie is dit ook investeren in het vertrouwen van burgers in de rechtsstaat, besloot Vogels.
SGP: Begrijpelijk en toegankelijk
Senator Schalk benadrukte het belang van gerechtigheid voor slachtoffers en verdachten. De fractie steunt de modernisering, maar vraagt aandacht voor begrijpelijkheid en toegankelijkheid van het strafproces, met name voor digibeten en laaggeletterden. Schalk heeft zorgen over de uitbreiding van de buitengerechtelijke afdoening via strafbeschikkingen. De openbaarheid van de rechtspleging en het belang van slachtoffers mogen volgens hem niet worden uitgehold. Een zorgvuldige afweging bij ernstige misdrijven blijft noodzakelijk, aldus Schalk.
50PLUS: Risico op rechtsongelijkheid
Ook senator Van Rooijen steunt de modernisering. Hij had wel enkele inhoudelijke vragen. Hij vroeg aandacht voor de wijziging van de bewijsstandaard en het risico op rechtsongelijkheid. Het appelstelsel en de schriftuurverplichting (om binnen een gestelde termijn na het instellen van cassatieberoep de cassatiemiddelen schriftelijk in te dienen) roepen vragen op over doorlooptijden, zei Van Rooijen. Slachtofferrechten en de naleving daarvan blijven een aandachtspunt. Tot slot wees ook hij op het belang van de ICT-uitvoerbaarheid.
Partij voor de Dieren: Te veel nadruk op efficiency
Senator Nicolaï onderschreef het doel van modernisering eveneens, maar betwijfelde of de positie van de verdachte voldoende is versterkt in het nieuwe wetboek. Volgens de PvdD-fractie ligt de nadruk te sterk op efficiency, dat volgt ook uit een rapport van de Nederlandse Orde van Advocaten. Nicolaï vroeg om explicietere normering van opsporings- en vervolgingsbevoegdheden. Hij zei dat de beginselen van een goede procesorde en behoorlijk bestuur breder zouden moeten gelden. Wordt voldoende rekening gehouden met nieuwe opvattingen en nieuwe omstandigheden, vroeg Nicolaï tot besluit.
SP: Parallellen met Omgevingswet
Volgens senator Janssen staat de modernisering van het wetboek niet ter discussie. Wel drong de vergelijking met de Omgevingswet zich bij hem op. Hij vroeg of de 'beweging naar voren' wel leidt tot het beoogde doel, het verkorten van de verlooptijden. Het is belangrijk te blijven vragen of elke verandering wel een verbetering is, en of we nog in staat zijn om de goede dingen op de goede manier te doen. Janssen ziet een symptoom van te weinig mensen en te weinig middelen, in combinatie met een grote ICT-operatie. Hoe dat bij Omgevingswet gaat, geeft weinig vertrouwen, aldus Janssen.
Volt: Liever meer blauw op straat
Senator Hartog sloot zich aan bij de vragen van de eerdere sprekers. Hij wilde nog wel weten of het spreekrecht van slachtoffers automatisch wordt uitgebreid? Ook had hij een vraag over de vormvoorschriften bij het proces-verbaal. Hartog meende te begrijpen dat daaraan niets gaat veranderen. Hij hoopte juist dat met het nieuwe wetboek meer blauw op straat zou komen en minder achter de computer.
Beantwoording bewindspersonen
Demissionair staatssecretaris Rutte van Rechtsbescherming zei ter inleiding dat het Nieuw Wetboek van Strafvordering dringend aan modernisering toe is en groot onderhoud noodzakelijk. Hij dankte de Eerste Kamer voor de snelle behandeling, omdat het voor de implementatie van belang is dat de inhoud van het wetboek zoveel mogelijk vaststaat. Hij denkt dit voorjaar een reële inschatting te kunnen maken over de inwerkingtreding. Rutte wacht daarvoor het advies van het Adviescollege ICT-toetsing af. Het Nieuwe Wetboek biedt kansen om efficiënter te werken en doorlooptijden in te korten. De ketensamenwerking verloopt goed in de voorbereiding van de inwerkingtreding.
Demissionair minister Van Oosten zei dat er geen sprake is van een bezuiniging op het Openbaar Ministerie. Wel heeft het Openbaar Ministerie aangegeven meer geld nodig te hebben voor ICT. Belangrijk af te wachten wat er in het advies van het Adviescollege ICT-toetsing. Hij ging verder nog in op enkele specifieke vragen, zoals internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking, opsporing en administratieve verlichting van de politie. Over de inzet van AI zei hij dat het nieuwe wetboek niet nu al achterhaald is.