De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koffeman (PvdD), toe de vraag over het onderzoek naar de stapeling van stoffen (stapeleffecten) bij gewasbeschermingsmiddelen door te geleiden naar de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en haar te vragen de Kamer hierover op de hoogte te houden.
| Nummer | T04114 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 8 juli 2025 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur |
| Kamerleden | drs. N.K. Koffeman (PvdD) |
| Commissie | commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | gewasbeschermingsmiddelen glyfosaat landbouwgif pesticiden stapeleffecten |
| Kamerstukken | Wijziging begrotingsstaten Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2025 (Voorjaarsnota) (36.725 XVI) |
Handelingen I 2024/2025, nr. 38, item 4, p. 3.
De heer Koffeman (PvdD):
Voorzitter. Ik noemde al kort glyfosaat. Ik weet dat dit geen landbouwdebat is, maar het mag duidelijk zijn dat landbouw gevolgen heeft voor de gezondheid van Nederlanders en daarmee ook gevolgen heeft voor de VWS-begroting. Nederland staat in de top van Europese landen met het hoogste pesticidegebruik per hectare. De residuen uit deze middelen worden niet alleen aangetroffen in landbouwgebieden, maar komen ook voor in het water, in de natuur en zelfs in het huisstof van woningen. Hoe staat de minister tegenover de onderzoeken van het Ctgb naar de gevolgen van glyfosaat, maar ook ander landbouwgif, voor de gezondheid van omwonenden en boeren? Erkent zij dat de onderzoeken een groot hiaat kennen, namelijk dat de opeenstapeling van verschillende soorten pesticide vooralsnog niet wordt onderzocht? In hoeverre heeft het Ctgb zijn werkwijze aangepast na de uitspraak van het Europese Hof dat het Ctgb zijn werk niet goed uitvoert? Is de minister het met ons en het Europese Hof eens dat de bescherming van mens en natuur belangrijker moet zijn dan economische belangen, zoals een goede kersen- of lelieoogst? Graag een reactie.
Handelingen I 2024/2025, nr. 38, item 4, p. 7.
Minister Jansen:
(…)
Hoe staat de minister tegenover de onderzoeken van het Ctgb over de gevolgen van glyfosaat en ander landbouwgif op de omwonenden en boeren? Deze vragen liggen op het terrein van mijn collega van LVVN, maar ten algemene geldt voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen: nee, tenzij het aantoonbaar veilig is voor mens, dier en milieu. Het Ctgb is de instantie die dat beoordeelt en daar vertrouw ik volledig op.
De heer Koffeman (PvdD):
Mijn vraag was de volgende. De individuele stoffen worden onderzocht, maar niet de stapeleffecten. Ik wil graag van de minister weten of zij de stapeleffecten ook gaat onder- zoeken. Er is kritiek vanuit Europa op de werkwijze van de toezichthouder hier, die zegt: je kijkt alleen naar individuele stoffen. Ik vind het fijn als u daar gewoon inhoudelijk op ingaat en hier niet alleen het standpunt aangeeft: wij vertrouwen op de toets.
Minister Jansen:
Het antwoord op die vraag komt nu aan de orde. Ook deze vraag ligt op het terrein van mijn collega van LVVN. Toetsing vindt inderdaad per gewasbeschermingsmiddel plaats en het is zeer complex om elke mogelijke combinatie van middelen te onderzoeken en te beoordelen. Bij RIVM-onderzoek naar omwonenden is wel gekeken naar stoffen die bij mensen thuis zijn aangetroffen. Daaruit bleek dat alles ruim onder de norm was.
(…)
De heer Koffeman (PvdD):
Ik wil toch even kort terugkomen op dat punt van "ruim onder de norm". Er ís geen norm voor stapeleffecten van pesticiden. Als er geen norm is, kan je wel zeggen "het is ruim onder de norm", maar dat is nergens op gebaseerd. Ik zou heel graag willen dat de minister aangeeft wat ze daar dan mee bedoelt.
Minister Jansen:
Ik geef ermee aan dat er wel onderzoek is gedaan door het RIVM naar combinaties van stoffen die bij mensen thuis zijn aangetroffen. Daaruit kwam geen alarm naar voren over de stapeling van die stoffen. Dat bedoel ik ermee.
De heer Koffeman (PvdD):
Zoals gezegd is er geen norm voor stapeleffecten van schadelijke stoffen. Dat betekent dat je je daar ook niet op kunt beroepen. Je kunt niet zeggen: we blijven ruim onder een niet-bestaande norm. Ik begrijp best dat een risicovrije samenleving niet bestaat, maar ik zou toch willen dat de minister meer aandacht geeft, zoals ook door het Europese Hof wordt gevraagd, aan de stapeleffecten van die stoffen waaraan mensen in de omgeving worden blootgesteld en waarnaar nu geen onderzoek gedaan is, anders dan een inventariserend onderzoek.
Handelingen I 2024/2025, nr. 38, item 4, p. 10.
Minister Jansen:
Ik zou nog terugkomen op één vraag van de heer Koffeman over hoe het zit met de stapeling van stoffen bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zoals eerder gezegd ligt dit op het terrein van mijn collega van LVVN, maar het thema van de stapeling van stoffen is op EU-niveau geagendeerd in het kader van de EU-toelatingsverordening. De EFSA, de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, doet hier onderzoek naar. Ik geleid uw vraag door naar de minister van LVVN en vraag of zij uw Kamer hiervan op de hoogte houdt.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2024/2025, nr. 38, item 4
-
8 juli 2025
toezegging gedaan