De staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Aelst-den Uijl (SP), toe zo veel mogelijk landelijke regie te nemen op de problematiek rondom tekorten in de opvang van slachtoffers van huiselijk geweld (vrouwenopvang) en een bestuurlijk overleg te voeren met de VNG en brancheorganisatie Valente over de monitor en de geconstateerde knelpunten.
| Nummer | T04115 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 8 juli 2025 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg |
| Kamerleden | R. van Aelst-den Uijl MA (SP) |
| Commissie | commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | huiselijk geweld knelpunten monitor vrouwenopvang |
| Kamerstukken | Wijziging begrotingsstaten Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2025 (Voorjaarsnota) (36.725 XVI) |
Handelingen I 2024/2025, nr. 38, item 4, p. 2.
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
Voorzitter. Een laatste punt, ook even kijkend naar de klok. Op 5 juli zagen wij een noodoproep over het grote tekort aan opvangplekken voor slachtoffers van huiselijk geweld. Uit een rapport van Valente van eerder dit jaar blijkt dat er een fors tekort is aan plekken in de vrouwenopvang, waardoor slachtoffers van huiselijk geweld steeds vaker geen of geen geschikte plek krijgen om opgevangen te worden. Dat kan niet en is in alle eerlijkheid ook levensgevaarlijk. Volgens het Verdrag van Istanbul moet Nederland 1.800 plekken hebben voor mensen die slachtoffer werden van huiselijk geweld en in werkelijkheid hebben wij er nu in Nederland 1.024, bijna 800 te weinig. Daardoor zitten opvanglocaties op dit moment structureel vol. We hebben daarom een motie in voorbereiding om met elkaar te voldoen aan het Verdrag van Istanbul, maar eerlijk gezegd zou een toezegging van de minister of de staatssecretaris om echt actie te ondernemen ook goed zijn.
Handelingen I 2024/2025, nr. 38, item 4, p. 9.
Staatssecretaris Pouw-Verweij:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil als hekkensluiter nog even antwoord geven op de vraag van mevrouw Van Aelst van de SP over de vrouwenopvang in Nederland. Ten eerste wil ik aangeven dat ik de problemen herken en dat ik de zorgen daarover ook deel. Gemiddeld zitten 89% van de tijd de plekken vol in Nederland. We zien dat heel erg veel mensen opgevangen moeten worden in hotels, in vakantieparken, waar geen begeleiding is en geen bescherming. Dat is heel erg. Dat zijn schrijnende cijfers. Dat nemen wij, neem ik, echt heel erg serieus. Tegelijkertijd zien we ook dat er grote regionale verschillen zijn, dat er in bepaalde gemeentes meer ingezet wordt op bijvoorbeeld preventie, op ambulante hulpverlening, en dat er daarom dan minder geld gaat naar de opvangplekken. Dat zijn keuzes die in gemeentes zelf gemaakt worden. Omdat de financiering hiervan gemeentelijk geregeld wordt, ligt in principe de verantwoordelijkheid ook daar, bij de gemeentes.
Dat gezegd hebbende zien we nu wel duidelijk dat we over heel Nederland echt lage cijfers hebben. We zien dat er heel veel vrouwen niet terechtkunnen terwijl ze in een heel acute situatie zitten. Dat trek ik mij persoonlijk ook aan. Ik geef dus graag gehoor aan de roep die er heel duidelijk vanuit Valente is om landelijke regie op dit onderwerp. Er werd gevraagd om een toezegging. Wat ik in ieder geval toe kan zeggen, is dat het mijn persoonlijke aandacht heeft en dat ik dus die landelijke regie zo veel mogelijk zal nemen en dat er een bestuurlijk overleg plaats gaat vinden met de VNG en Valente over de monitor en de knelpunten die daarin naar voren komen. Tegelijkertijd moet ik daarbij zeggen dat ook de monitor stelt het Verdrag van Istanbul een richtlijn is en geen norm. In de monitor staat ook dat het niet per se gezegd is dat het totaal van 1.800 plekken ook voor Nederland nodig is om aan de vraag te voldoen. Ik kan dus geen toezegging doen dat we naar die 1.800 plekken toe gaan, maar wel dat ik in overleg ga over hoe we tot een zo passend mogelijke oplossing kunnen komen voor de problemen die we zien.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2024/2025, nr. 38, item 4
-
8 juli 2025
toezegging gedaan