T04116

Toezegging Brief over vervolgstappen rondom het investeringsmodel voor preventie (36.725 XVI)



De staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Aelst-den Uijl (SP), toe om aan het eind van het kalenderjaar (2025) een brief te sturen waarin zij specifiek ingaat op de vervolgstappen rondom het investeringsmodel voor preventie.


Kerngegevens

Nummer T04116
Status voldaan
Datum toezegging 8 juli 2025
Deadline 1 juli 2026
Verantwoordelijke(n) staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport
Kamerleden R. van Aelst-den Uijl MA (SP)
Commissie commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen investeringsmodel
preventie
preventiebeleid
preventiestrategie
Kamerstukken Wijziging begrotingsstaten Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2025 (Voorjaarsnota) (36.725 XVI)


Opmerking

Op 5 november 2025 heeft de commissie VWS een commissiebrief gestuurd waarin zij het belang benadrukt dat de Kamer periodiek wordt geïnformeerd over de voortgang van de ontwikkeling van het investeringsmodel voor preventie (EK 32.793, Q).


Uit de stukken

Handelingen I 2024/2025, nr. 38, item 4, p. 1.

Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):

Dank, voorzitter. U heeft mij in deze Kamer een aantal maal horen pleiten voor preventie. Preventie om zorgkosten te beteugelen, levens te redden en gezonde jaren te verlengen. Echter, er is voor investeringen in preventie in onze kapitalistische maatschappij eigenlijk nog maar weinig plaats. Preventie betaalt zich namelijk niet direct uit. Vaak worden de gevolgen van preventie pas na enkele jaren en soms zelfs decennia zichtbaar. Met andere woorden: de concrete winst wordt niet gezien op korte termijn, dus wordt er maar beperkt geïnvesteerd in preventie.

(…)

Daar zou wat ons betreft het beleid ook naar moeten handelen, maar wij zien dat het beleid zich vooral richt op preventie die begint bij de individuele burger die in een folder leest over gezondheid, en niet bij overheidsbeleid dat het makkelijker maakt om gezond te leven. Wij denken dat er meer nodig is voor preventie dan hier vandaag voorligt. We vragen het kabinet dan ook wanneer preventie niet alleen met woorden, maar ook met structureel beleid en middelen serieus wordt genomen.

Wij zijn blij om in het Zorgakkoord te lezen dat er iets meer nadruk op preventie komt, maar wij vragen ons wel af of die stapjes in de goede richting voldoende zijn wanneer eigenlijk een systeemverandering nodig is. We zien namelijk ook vele stappen de verkeerde kant op gaan. Als we kijken naar deze suppletoire begroting, zien we enerzijds wat beweging in het vrijmaken van middelen voor bestaande vaccinatieprogramma's en wat incidentele correcties, maar structurele investeringen in gezondheid — ik noem de publieke gezondheidszorg en het terugdringen van ongezonde invloeden vanuit de markt en de leefomgeving — blijven volledig achter.

(…)

Mevrouw Moonen (D66):

Voorzitter. Dank voor het betoog van mevrouw Van Aelst over preventie. In het vorige plenaire debat over de begroting van VWS heb ik vanuit D66 een belangrijke toezegging gekregen over een investeringsmodel voor preventie. Die toezegging heeft de minister van VWS ook met steun van deze Kamer gedaan en we hebben onlangs een brief ont- vangen met daarin een stappenplan. Mijn vraag aan mevrouw Van Aelst, maar straks ook aan de regering en de hier aanwezige demissionaire minister en staatssecreta- rissen, is of zij in de voetsporen treden van hun voorgangers en de uitwerking van deze toezegging ter hand nemen. Wat kunnen we ten aanzien van het investeringsmodel voor preventie op korte termijn van hen verwachten? Dat sluit eigenlijk aan op het inhoudelijke betoog van mevrouw Van Aelst.

Handelingen I 2024/2025, nr. 38, item 4, p. 2.

Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):

Ik ben heel blij met de interruptie van mevrouw Moonen, omdat, heel eerlijk gezegd, wij elkaars bondgenoten hierin zijn. Ik ben ook blij met de toezegging die mevrouw Moonen eerder heeft gehad. Wat ons betreft zou het een stuk verder mogen gaan. Er zijn nu stapjes gezet dankzij de toezegging aan mevrouw Moonen. Wij zouden graag heel veel grotere stappen en grotere investeringen zien, ook in navolging van wat er eerder is toegezegd. Ik denk dus dat dit voort- bouwt op wat wij allebei belangrijk vinden.

Voorzitter. De ggz uit onder andere zorgen over het uitblijven van grote investeringen in preventie en dan vooral op het gebied van mentale gezondheid en het versterken van de zorgcapaciteit. De ggz geeft daarbij aan dat met name jongeren en hun gezondheid op dit moment zwaar onder druk staan. In de Voorjaarsnota zijn een aantal eerdere bezuinigingen op preventie niet hersteld en uit feitelijke vragen blijkt dat nieuwe middelen voor leefstijlpreventie binnen bestaande kaders gevonden moeten worden. Maar als we echt met elkaar geloven dat gezonde keuzes makkelijker moeten worden, dan vraagt dat ook om politieke keuzes en extra inzet, juist nu. Is deze begrotingswijziging, waarin die ruimte niet is vrijgemaakt, dan wel in lijn met de ambities op het gebied van preventie? Welke mogelijk- heden zien de staatssecretaris en de minister om alsnog te investeren in preventie?

Handelingen I 2024/2025, nr. 38, item 4, p. 8.

Staatssecretaris Tielen:

Mevrouw Van Aelst vroeg naar het investeringsmodel. Hoe gaan we daarmee voort op de toezegging die is gedaan aan mevrouw Moonen? Het leuke is dat ik ook als Kamerlid, overigens samen met de minister, die toen nog Kamerlid was, ben opgetrokken om hier aandacht voor te vragen en dit in gang te zetten. Ik denk dus dat we daar hetzelfde gevoel bij hebben. Op 19 juni is een brief gestuurd naar zowel de Tweede als de Eerste Kamer over wat de status is van het investeringsmodel. Daarin leest u ook dat we aan het eind van het kalenderjaar volgende stappen daarop met u zullen delen. Als het echt om investeringen gaat, vermoed ik dat we dat over zullen moeten laten aan een volgend kabinet, maar laat ons daar specifieker op ingaan in de brief die we eind van het jaar sturen met de vervolgstappen rondom het investeringsmodel.

Zie ook T03937


Brondocumenten


Historie