Plenair Talsma bij behandeling Wet strafbaarstelling conversiehandelingen



Verslag van de vergadering van 2 juni 2026 (2025/2026 nr. 31)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.29 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Talsma i (ChristenUnie):

Dank u zeer, voorzitter. Dank zeg ik ook nogmaals aan beide verdedigers en aan de minister voor de beantwoording. Die was wat mij betreft buitengewoon voortvarend. Die was ook zorgvuldig. Daar dank ik de verdedigers en de minister voor.

De lacunevraag, zoals ik hem maar even blijf noemen, blijft wat onze fracties betreft staan. We hebben daar nog steeds zorgen over. Dat zeg ik maar gewoon in alle openheid. Ik dank mevrouw Becker voor het feit dat zij een element aan de beantwoording heeft toegevoegd. Dat waardeer ik, maar de bedoeling van onze fracties was niet bepaald dat mensen straks eerst jaren moeten procederen op basis van door hen te bewijzen schade. Het gaat ons echt om de proportionaliteit en de subsidiariteit van de inzet van dat ultieme middel van het strafrecht ten aanzien van een heel breed en diffuus palet aan gedragingen, waarvan op voorhand niet goed kenbaar en voorzienbaar is dat ze mogelijk strafwaardig blijken te zijn. Dat afgezet tegen het feit dat de weinige concrete voorbeelden die de verdedigers vanaf het begin van de parlementaire behandeling tot op de dag van vandaag noemen, geheel of grotendeels al vallen onder bestaande strafbepalingen. Dat is zowel wanneer ze leiden tot fysieke pijn en letsel — het ging hier in overdrachtelijke zin over blauwe plekken — maar ook als de schadelijke gevolgen primair mentaal of geestelijk van aard zijn. Onze fracties zullen dat echt moeten wegen. We hoeven dat wat mij betreft in de tweede termijn niet nog een keer uit te debatteren. Die vraag blijft staan. Dat geldt temeer nu we met elkaar terecht hebben vastgesteld dat ook alle deelnemingsvormen in de volledige omvang strafbaar zijn, bedoeld of niet bedoeld.

Voorzitter. Ik zie af van voortborduren op een paar juridische punten. Niet omdat ze niet belangrijk zouden zijn, maar wel omdat ik denk dat we ze genoeg en genoegzaam gewisseld hebben om mijn fractie en ook de Fractie-Walenkamp voldoende aanknopingspunten te geven voor een goede afweging. Ik zeg dat met respect voor het debat dat we gevoerd hebben. Onze beide fracties willen en zullen ook goed luisteren naar de zorgen van slachtoffers en deskundigen, die zich helder en ook — zeg ik met respect — dapper hebben uitgesproken. Dat geldt eerlijk gezegd ook voor de zorgen van betrokkenen en hulpverleners die ons benaderd hebben, voor mensen die geestelijke bijstand en pastorale hulp verlenen. Zij maken zich zorgen over de vraag of ze na eventuele aanvaarding van dit wetsvoorstel nog onbekommerd en frank en vrij datgene kunnen doen waarvan zij denken dat het goed is, in het kader van de bijstand en hulp die zij willen verlenen. Ook dat element zullen onze fracties goed wegen. Daarbij blijft ook een vraag hangen waar ik nog niet helemaal uitkom. Dat is het punt van de al dan niet gewekte verwachtingen. Ik maak me daar oprecht zorgen om, juist vanwege de luisterhouding die we hier proberen te betrachten als het gaat om de mensen die dit in het bijzonder aangaat.

Voorzitter. Wij zullen al deze elementen meenemen. Dat zal voor de Fractie-Walenkamp gelden, maar ook voor de fractie van de ChristenUnie. We zullen ons hier in de komende week eens te meer over beraden, uiteindelijk een afweging maken en tot een conclusie komen.

Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Janssen van de SP.