Verslag van de vergadering van 7 juli 2026 (2025/2026 nr. 39)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 9.43 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Bezaan i (PVV):
Sorry, voorzitter, maar voor ik begin: hier staat dat ik zeven minuten heb, maar … O, ik zie het al. Dank u.
Voorzitter, dank voor het woord. De centrale vraag van vandaag is niet of werknemers meer zekerheid verdienen. Daarover bestaat in deze Kamer weinig tot geen verschil van mening. De vraag is of dit wetsvoorstel die zekerheid ook daadwerkelijk gaat leveren. Meer werk- en inkomenszekerheid en een beter perspectief op een vaste arbeidsovereenkomst: dat is de ambitie die de regering zelf in de memorie van toelichting formuleert. De PVV onderschrijft dat doel. Al bij Aristoteles vinden wij de gedachte dat een samenleving alleen kan floreren wanneer mensen een waardig bestaan kunnen opbouwen. Werk is daarbij meer dan een bron van inkomen. Het geeft zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en verbondenheid met de samenleving. Een mens is geen wegwerpartikel en een arbeidsrelatie zou dat evenmin moeten zijn.
Voorzitter. De PVV maakt zich al jaren zorgen over de doorgeschoten flexibilisering van onze arbeidsmarkt. Volgens het CBS hebben 2,7 miljoen werknemers een flexibele arbeidsrelatie. De memorie van toelichting spreekt van ruim 40% flexibel werk, waar het Europese gemiddelde onder de 30% ligt. Onze arbeidsmarkt lijkt uit balans. Laat ik helder zijn: flexibiliteit is niet per definitie verkeerd. In de horeca en bij seizoensarbeid is zij noodzakelijk. Dit wetsvoorstel laat daar terecht ruimte voor. Maar flexibiliteit mag nooit verworden tot een verdienmodel waarbij de onzekerheid structureel wordt afgewenteld op werknemers. Daarom steunt mijn fractie de kern van dit voorstel. Het vervangen van een nulurencontract door een bandbreedtecontract maakt een einde aan een instrument dat te vaak geen flexibiliteit bood, maar eenzijdige afhankelijkheid. Een werknemer weet niet of hij volgende week twintig uur werkt of helemaal niet. Ook het aanpakken van draaideurconstructies verdient steun. Er komt een moment waarop een werkgever niet langer om een werknemer heen kan. Dan hoort daar een vast contract bij. Loyaliteit komt van twee kanten.
Tegelijkertijd past hier de kritische blik die deze Kamer hoort te hebben. De Afdeling advisering van de Raad van State is opvallend kritisch. Van de voorgestelde maatregelen zijn volgens de Afdeling niet meer dan beperkte effecten te verwachten, omdat een fundamentele hervorming uitblijft. Aanpassing van het vaste contract blijft achterwege en samenhangende hervormingen ontbreken. De Afdeling vroeg de regering daarom toe te lichten hoe dit voorstel zich verhoudt tot de bredere problemen op de arbeidsmarkt. Dat raakt de kern van dit debat. De sterke groei van flexibele arbeid is in de praktijk gepaard gegaan met een steeds grotere inzet van arbeidsmigranten. Onze kritiek richt zich niet op mensen die hier eerlijk komen werken. Wie werkt, belasting betaalt en zich aan onze wetten houdt, verdient respect. Onze kritiek richt zich op een economisch model waarin goedkope arbeid structureel aantrekkelijker is dan investeren in Nederlandse werknemers, in innovatie en in duurzame arbeidsrelaties. De vraag is dus: verandert dit wetsvoorstel de prikkels die tot de doorgeschoten flexibilisering hebben geleid of repareren wij vooral gevolgen, terwijl de oorzaken blijven bestaan?
Vanuit de verantwoordelijkheid van deze Kamer — toetsen op uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en effectiviteit — leg ik de minister daarom vier vragen voor. Eén. Waarop baseert de minister de verwachting dat werkgevers door dit wetsvoorstel vaker zullen kiezen voor een vast contract en welke concrete effecten verwacht de regering op de instroom in vaste arbeidsovereenkomsten? Twee. Hoe beoordeelt de minister het risico dat werkgevers uitwijken naar andere constructies, zoals uitbesteding of aangepaste contractvormen? De evaluatie van de Wet werk en zekerheid leert immers dat 14% van de werkgevers ondanks de regels met draaideurconstructies bleef werken. In aansluiting daarop vraag ik de minister specifiek in te gaan op signalen uit de zorgsector. Dat is al eerder genoemd vandaag. Kan de minister gemotiveerd uiteenzetten op welke wijze de regering heeft onderzocht en onderbouwd dat het verbod op nulurencontracten en de invoering van het bandbreedtecontract in de zorg niet zullen leiden tot een verschuiving naar duurdere vormen van externe inhuur, zoals zzp-, uitzend- en detacheringsconstructies en welke gevolgen de regering daarvan verwacht voor de continuïteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg?
Drie. Welke objectieve criteria hanteert de regering om vast te stellen of deze wet slaagt en wanneer zijn voor de minister aanvullende maatregelen aan de orde?
Vier. Acht de minister de toelichting op de samenhang met de bredere arbeidsproblematiek waar de Raad van State om vroeg met de schriftelijke behandeling nu volledig? Graag een reactie van de minister op deze vragen.
Voorzitter, tot slot. Deze wet kent een evaluatie na drie en na vijf jaar, maar de praktijk laat zich niet pas na drie jaar zien. Daarom vraag ik de minister om één toezegging: dat de Eerste Kamer tussentijds wordt geïnformeerd over de resultaten van de monitoring van het arbeidsmarktpakket voor zover die dit wetsvoorstel betreffen, met daarbij afzonderlijke aandacht voor — dat zijn best wel essentiële punten, voor de PVV in ieder geval — de ontwikkeling van het aantal vaste arbeidsovereenkomsten, de mate waarin werkgevers uitwijken naar andere contractvormen of constructies en, voor zover dat redelijkerwijs geldt, de ontwikkeling van de inzet van arbeidsmigranten.
Voor de PVV is een gezonde arbeidsmarkt er een waarin werken loont en werkgevers investeren in mensen. Uiteindelijk wil een Nederlander geen ingewikkelde arbeidsfilosofie. Hij wil gewoon weten waar hij aan toe is. Ik zie de beantwoording van de minister met belangstelling tegemoet.
Voorzitter, ik dank u voor uw tijd.
De voorzitter:
Ik dank u voor uw bijdrage, mevrouw Bezaan. Ik geef graag het woord aan de heer Schalk. Hij spreekt namens de fractie van de SGP.