Plenair Schalk bij behandeling Nieuw Wetboek van Strafvordering



Verslag van de vergadering van 10 februari 2026 (2025/2026 nr. 17)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 16.20 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Er is een oud verhaal over een wijze koning bij wie twee vrouwen verhaal kwamen halen. Ze hadden allebei een kindje gekregen, maar toen een van de moeders in de nacht merkte dat haar kind was gestorven, ruilde ze het stiekem om voor het levende kind van de ander. De volgende morgen merkte de andere moeder meteen dat het dode kind niet van haar was. Ze wilde dat er rechtgesproken werd. Zo kwamen ze bij de koning. Hoe kon hij erachter komen van wie het levende kind was? Hoe kon deze koning rechtspreken? De goede luisteraar herkent natuurlijk de geschiedenis van de wijze koning Salomo. Zijn oplossing leek hard, maar was briljant: snijd het levende kind in tweeën en geef beide moeders de helft. De onechte moeder vond dat goed, maar de echte moeder smeekte de koning om het kind in leven te laten en het dan maar aan de andere moeder te geven. Welnu, stel dat de koning zijn oplossing had uitgevoerd, dan was de misdadiger goed weggekomen, maar was het slachtoffer, de echte moeder, dubbel onrecht aangedaan.

Mevrouw de voorzitter. Daarmee hebben we het belang van de herziening van het Wetboek van Strafvordering te pakken, wat mij betreft. Er moet recht gedaan worden. Dat is van cruciaal belang, zowel voor de daders als voor de slachtoffers. Wat is het daarom een zegen om te mogen wonen in een rechtsstaat, in een land waarin woorden als "recht", "rechtmatigheid", "rechtvaardigheid" en "gerechtigheid" geen loze woorden zijn en die het recht op orde probeert te houden, in dit geval met de herziening van het Wetboek van Strafvordering. Dat is een enorme klus, dus ik heb veel respect voor allen die daaraan hun steentje hebben bijgedragen; ze zijn allemaal al genoemd vandaag. Daarbij denk ik natuurlijk ook aan onze collega's die in de voorbereidingsgroep hebben gewerkt onder de bezielende leiding van mevrouw Vogels, die zojuist heeft verteld dat ze het een voorrecht achtte. Veel dank, in ieder geval.

Mevrouw de voorzitter. Terug naar recht en gerechtigheid. In het recht draait het natuurlijk om de juiste toepassing van wetten en regels. Het woord "gerechtigheid" gaat eigenlijk dieper. Dan zijn we aangekomen bij een overkoepelend denken over het waarborgen van de rechtsstaat. Als dat wordt toegepast op het strafrechtproces, dan komen we uit bij de doelstellingen van de rechtsstaat ten opzichte van het strafrechtproces. Dat strafrechtproces blijft uiteraard gericht op het bestraffen van degenen die de strafwet hebben overtreden. Er is steeds meer nadruk komen te liggen op het belang van de rechten en vrijheden van de dader. Maar niet minder is dat nodig voor slachtoffers: ook de slachtoffers, of juist de slachtoffers, hebben recht op bescherming, recht op heldere procedures en recht op voortvarende afhandeling van het strafproces.

Mevrouw de voorzitter. De hele samenleving is voortdurend in ontwikkeling en helaas ontwikkelt zich tegelijkertijd de criminele onderwereld, die zich overigens door ondermijning steeds meer mengt met de bovenwereld. Bovendien is Nederland, zeker op het terrein van georganiseerde misdaad, geen eiland, maar helaas op sommige terreinen bijna een soort zenuwcentrum. Denk daarbij aan de drugscriminaliteit. Nederland staat daarbij zeker niet gunstig op de wereldkaart. En om niet meer te noemen: technische ontwikkelingen hebben ook invloed op opsporingsbevoegdheden en op de afdoening van strafzaken in het kader van digitalisering.

Kortom, het is heel goed dat het voorliggende Wetboek van Strafvordering het resultaat is van een grondige herstructurering van dat wetboek. Dat is positief voor de rechtszekerheid en voor een evenwichtig stelsel van rechtswaarborgen, alles vastgelegd in een wetboek dat bestaat uit acht inhoudelijke boeken en een negende boek met slotbepalingen.

Mevrouw de voorzitter. Een paar aandachtspunten en vragen. Het strafproces wordt in de kern digitaal, met digitale dossiers en elektronische communicatie, alles gericht op snelheid en volledigheid voor alle betrokkenen. Hoeveel aandacht is daarbij gegeven aan digibeten en aan laaggeletterden? Hoe kunnen zij voldoende meekomen?

Dat brengt me nog op een ander punt, namelijk van de zogenaamde begrijpelijkheid. Dat hangt natuurlijk samen met de wijziging van het proces dat van inquisitoir naar meer contradictoir verandert, oftewel: het tegensprekelijk karakter is vergroot. Dat biedt de verdachte en zijn raadsman meer mogelijkheden om zelf te komen met bewijs et cetera, maar het heeft ook consequenties voor de motivering van beslissingen. Voortaan geldt de eis dat deze beslissingen zijn gemotiveerd, voor zover dat voor de begrijpelijkheid van die beslissingen noodzakelijk is. Wat betekent dat nu eigenlijk precies? "Begrijpelijkheid" ziet uiteraard op de context van de standpunten, maar hoe wordt dit geborgd voor de taal en voor de manier van informatievoorziening? Horen die ook onder "begrijpelijkheid"? Wat zijn dan de criteria waaraan die begrijpelijkheid wordt getoetst?

In dit kader heb ik nog een vraag. Het tegensprekelijke karakter verruimt namelijk de mogelijkheden voor de verdachte, hetgeen natuurlijk meer werk betekent voor de verdediging van de verdachte. Maakt dat de procesvoering niet alleen extra lastig, maar ook langduriger? Wat betekent dat dus voor de werkdruk van de rechtsbijstandverlener? Anderzijds kan een slachtoffer het idee krijgen dat de verdachte op alle mogelijke manieren in staat wordt gesteld om zich vrij te pleiten. Is onderzocht of door de verruimde mogelijkheden het vertrouwen van slachtoffers in het proces van strafvordering geschaad wordt?

Het nieuwe wetboek gaat, anders dan het huidige, niet uit van één procesmodel. Naast de buitengerechtelijke afdoening via het opleggen van strafbeschikkingen wordt ook, duidelijker dan nu, de berechting door enkelvoudige kamers, naast de berechting door de meervoudige kamer, als een afzonderlijk spoor onderscheiden. We krijgen te maken met strafbeschikkingen door het OM, behandeling van de zaak door een enkelvoudige kamer of een meervoudige kamer, behandeling door de kantonrechter en behandeling door de politierechter. Draagt deze verscheidenheid aan procedures bij aan de efficiëntie en transparantie van de strafrechtspleging? Wat doet dit alles met het vertrouwen dat de samenleving heeft in die strafrechtspleging?

Mevrouw de voorzitter. Sommige schokkende misdrijven kunnen worden afgedaan middels de strafbeschikking, opgelegd door het Openbaar Ministerie, voor overtredingen en misdrijven met een maximale gevangenisstraf van zes jaar, de zogenaamde wanbedrijven. Hieronder vallen echter ook gewelds- en zedendelicten, zoals mishandeling of verkrachting. Dat zijn eigenlijk schokkende misdrijven waarvan het wenselijk is dat er een openbare terechtzitting plaatsvindt, waarbij oog is voor de vergelding namens het slachtoffer. Volgens de leden van de SGP-fractie volstaat het niet om middels een strafbeschikking de procedure aan de openbaarheid te onttrekken bij misdrijven met een grote maatschappelijke of persoonlijke impact. De vraag is dus welke overwegingen eraan ten grondslag liggen om alle overtredingen en wanbedrijven open te stellen voor de strafbeschikking. Is het niet wenselijker om bij misdrijven met een grote maatschappelijke of persoonlijke impact een openbare rechterlijke procedure te doorlopen? Welke rechten hebben de slachtoffers om ervoor te kiezen om gewoon de procedure via de rechter te doorlopen?

Mevrouw de voorzitter. Met deze herziening van het Wetboek van Strafvordering krijgen we een toekomstbestendig en evenwichtig stelsel van rechtswaarborgen, dat een solide basis vormt om tot een gerechtvaardigd oordeel te komen, wetend dat daarbij wijsheid noodzakelijk is en dat een complexe zaak soms om een salomonsoordeel vraagt. Ik zie uit naar de antwoorden van de bewindslieden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Rooijen van de fractie van 50PLUS.