Plenair Hartog bij behandeling Nieuw Wetboek van Strafvordering



Verslag van de vergadering van 10 februari 2026 (2025/2026 nr. 17)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.04 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Hartog i (Volt):

Voorzitter. De collega's hebben al gesproken over het historische karakter van deze vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Ik wil daarom de bewindspersonen en alle op de achtergrond betrokken personen en instanties dankzeggen voor het enorme werk dat is verzet. De Voltfractie staat positief tegenover het voorliggende wetsvoorstel, of de voorliggende wetsvoorstellen, en denkt dat de uitgebreide behandeling in zowel de Tweede als de Eerste Kamer voldoende verduidelijking heeft gebracht. Desalniettemin is het goed dat we vandaag nog een laatste keer naar alle elementen kijken voordat de betreffende instanties zich kunnen gaan voorbereiden op de invoering en uitvoering van het nieuwe wetboek. Als spreker aan het eind van de lijst wil ik proberen niet opnieuw dezelfde vragen te stellen die al door de collega's zijn gesteld. Ook zal ik niet ingaan op alle vragen die mijn fractie in de schriftelijke ronde al heeft gesteld. Mijn doel voor vandaag is om de puntjes op de i te zetten, juist om voor zo veel mogelijk duidelijkheid te zorgen bij de interpretatie van de wet. Het doel van mijn fractie is vandaag om ervoor te zorgen dat wij de antwoorden op onze schriftelijke vragen juist hebben begrepen.

Daarbij heeft mijn fractie als eerste een punt over het spreekrecht. Begrijpt mijn fractie het goed dat dit spreekrecht automatisch, dus zonder verdere wetswijziging, zal worden uitgebreid indien de initiatiefwet vanuit de Tweede Kamer om het meerouderschap mogelijk te maken tot wet wordt verheven?

Voorzitter. Dan heeft mijn fractie ook nog een vervolgvraag over de vormvoorschriften met betrekking tot het proces-verbaal. Uit het antwoord op de schriftelijke vraag van mijn fractie over de mogelijkheid om een politieambtenaar iets te ontlasten op het gebied van het opstellen van het proces-verbaal meen ik te begrijpen dat er met dit wetboek niets gaat veranderen. Mijn fractie begrijpt het argument van het belang van de kwaliteit van het proces-verbaal voor het strafrechtproces. Ik had echter gehoopt dat er met het nieuwe wetboek meer blauw op straat zou kunnen komen en minder achter de computer. Om het in heel simpele termen te verwoorden: mijn fractie vraagt zich af waarom het bij aangifte van bijvoorbeeld diefstal of schade aan een auto per se een beëdigd politieagent moet zijn die de volledige verklaring opneemt. In dit geval is er geen sprake van eigen waarneming. Mijn fractie vraagt zich af waarom het niet mogelijk is om dit onder de supervisie van een beëdigd politieagent te laten doen door een beëdigd administratief medewerker. Welke ruimte ziet de minister op termijn om het administratieve werk van politieagenten te verlichten zonder de kwaliteit van het proces-verbaal aan te tasten?

Voorzitter. Tot slot vraagt mijn fractie nog verduidelijking op het punt van de definitie van "elektronische voorziening" in artikel 1.1.11. Daar wordt in de uitleg expliciet gerefereerd aan de overdracht van berichten en het indienen van stukken langs elektronische weg. In antwoord op de vragen van mijn fractie worden dan ook de woorden "elektronisch communiceren" gebruikt. Mijn fractie vraagt de minister om simpelweg te bevestigen dat dit betekent dat ook als een interactie plaatsvindt op een platform, dit onder de definitie valt. In een dergelijk geval is er immers in technische zin geen sprake van overdracht van berichten of het indienen van stukken.

Voorzitter. Mijn fractie kijkt uit naar de beantwoording van de vragen.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan schors ik de vergadering voor de dinerpauze tot 18.30 uur.