Verslag van de vergadering van 10 februari 2026 (2025/2026 nr. 17)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 21.46 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Recourt i (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. We hebben lang gediscussieerd, maar mijn tweede termijn zal kort zijn. Ik heb een paar punten zuur en het meeste is zoet. Maar ook daar zal ik kort over zijn.
Eerst een beetje het zuur — "wat teleurstellend" heb ik hier op mijn blaadje geschreven. Het eerste is het terugdringen van voorlopige hechtenis in de vorm van actief beleid van de zijde van de regering. Ik vond het antwoord daarover van de minister heel zuinig. Dat wordt echt wel heel breed gedeeld. Het is ook gewoon staande jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de voorlopige hechtenis tot een minimum moet worden beperkt en dat Nederland daar niet aan voldoet. Nou ja, ik kan niet zeggen dat er een veroordelend vonnis van het Europees Hof is geweest, maar er zijn ook vanuit de Raad van Europa wel signalen geweest dat Nederland daar wat aan moet doen. Het is niet in lijn met de strekking en de gedachte van het Europees recht. Ik had het dus fijn gevonden als de minister had gezegd "we zijn echt die cultuurverandering aan het inzetten, al helemaal bij minderjarigen", maar dat deed hij niet. Het is wat het is.
Het tweede punt waar ik minder tevreden over was, is het ontbreken van een wettelijk kader binnen strafvordering. Dat wordt niet in een van de aanvullingswetten meegenomen. Nu is het wettelijk kader de AI-verordening, die natuurlijk rechtstreeks werkend is. Dat snap ik allemaal wel. Daar zitten dat assessment en dergelijke in. Ik had graag de normatieve kaders in de wet gehad over zoiets fundamenteels als AI, wat echt een enorme impact gaat hebben en nu al heeft op ons strafprocesrecht, zodat inderdaad, gelukkig, de menselijke controle ook aangehaakt is aan normen, aan een kader. Dat ontbreekt.
Ik mis nog een antwoord op een praktische vraag, namelijk: op welke wijze is justitie toegerust om deepfakes te herkennen? Het is geen civiel proces waarbij je kunt zeggen: als het Openbaar Ministerie het niet ziet, dan zal het wel goed zijn. Is er ergens een toets op authenticiteit van data?
Misschien heb ik nog een halfzuur puntje over de beweging naar voren. Ik heb een paar kleine elementen gehoord waarvan ik denk dat ze misschien effect gaan hebben. Je neemt toch een heel klein risico als je niet meteen getuigen hoort. De rc kan op eigen beweging wat onderzoekshandelingen doen. Dat zijn positieve onderdelen. Maar in zijn geheel zie ik eigenlijk ook wel weer verschuivingen tussen verschillende functionarissen binnen dat vooronderzoek. De kans dat het om een schijnbeweging naar voren gaat, is toch nog steeds wel aanwezig. Maar goed, dat gaan we zien. Dat gaan we deze debatronde niet veranderen. Dat zal de praktijk moeten uitwijzen.
Tot slot. Ik ben eigenlijk heel blij met deze behandeling. Zoals het hele proces, is dit een degelijke behandeling geweest. We zijn goed geïnformeerd door alle drie de personen van de regering. Ik heb er alle vertrouwen in dat het nieuwe Wetboek van Strafvordering gaat vliegen op de inhoudelijke kant. Als dat niet zo is, dan zijn er voldoende evaluatiemomenten en invoeringstoetsen en wat dan ook, waarop dan gecorrigeerd kan worden.
Als laatste heb ik nog wel een motie, omdat ik ontevreden ben over de toezegging. Die ga ik heel snel lezen, want ik heb natuurlijk weer te weinig tijd aangegeven. De motie betreft ook de financiële kaders; die moeten wat mij betreft echt wat strakker.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het succes van de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering mede afhangt van de kwaliteit van het functioneren van de nieuwe en bestaande digitale systemen;
overwegende dat om het succes voor de invoering van nieuwe digitale systemen en de continuïteit van de bestaande systemen te borgen, afdoende en in een begroting opgenomen en daarmee controleerbare financiële middelen noodzakelijk zijn;
verzoekt de regering de digitalisering van het herziene Wetboek van Strafvordering over de gehele keten tijdig en afdoende te financieren en dit als geoormerkt geld aan de ketenpartners te doen toekomen, en deze Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Recourt en Veldhoen.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter K (36327, 36636).
De heer Recourt (GroenLinks-PvdA):
Daarmee ben ik aan het eind gekomen van mijn tweede termijn. Hartelijk dank aan u en aan iedereen die achter u heeft meegewerkt.
De voorzitter:
Dan geef ik graag het woord aan de heer Dittrich van de fractie van D66.