Plenair Talsma bij behandeling Nieuw Wetboek van Strafvordering



Verslag van de vergadering van 10 februari 2026 (2025/2026 nr. 17)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 22.05 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Talsma i (ChristenUnie):

Hartelijk dank, mevrouw de voorzitter. Dank ook aan de minister en de staatssecretaris voor de beantwoording van de vragen. Het was voor mij de eerste keer dat ik een plenair debat voerde in aanwezigheid van een regeringscommissaris. Ik moet zeggen: dat begon mij steeds beter te bevallen, temeer toen ik zag hoe de regeringscommissaris met een heel subtiel gebaar de staatssecretaris het woord ontnam en rustig de beantwoording overnam. Toen dacht ik: die man moeten we elke week uitnodigen. Ik schrok een beetje toen hij op een gegeven moment een kort antwoord ging geven en daar toch een klein halfuur voor nodig had, maar onder de streep ben ik professor Knigge zeer dankbaar dat hij hier wilde zijn. Ik zeg met grote waardering: dank ook voor de beantwoording van de vragen. Ik heb dat zeer op prijs gesteld.

De minister gaf een aardige twist aan het begin van zijn termijn door zich af te vragen: hoe kijken we hier nou over 100 jaar op terug? Dat weet ik natuurlijk ook niet. Ik denk wel dat onze opvolgers te zijner tijd ook nog weleens zullen verzuchten: ach, ach, ach, 100 jaar geleden dachten ze nog aan die weg vooruit of, hoe heette dat ding ook alweer, de beweging naar voren, terwijl ze dat eigenlijk in 1921 ook al dachten en daar ook niet zo succesvol mee waren. Misschien is er dan nog iemand die nog één keer de oude Heemskerk van stal haalt en zegt: "Die zei in 1921 al dat het inderdaad van gewicht is dat vanaf het begin af aan de verdediger de gelegenheid krijgt die feiten te verzamelen, die strekken om licht in de zaak te verspreiden. 100 jaar daarna waren ze toe aan de beweging vooruit, en wie weet." Ik stelde op prijs dat professor Knigge zei: de praktijk zal moeten uitwijzen of het daadwerkelijk efficiënter wordt. Ik denk dat dat een realistisch punt is. Ik wil de wensdenkdiscussie niet nog een keer aan; we gaan het wel zien. Ik bedoel dat positief, maar ik vind het ook wel realistisch. De praktijk zal het maar moeten uitwijzen. Mijn fractie zal dat volgen.

Ik heb de toezegging genoteerd dat de werking van de gecreëerde mogelijkheden om geheel of gedeeltelijk af te zien van tenuitvoerlegging wordt meegenomen in de voorziene wetsevaluatie. Dank daarvoor. Ik kijk wat dat betreft nu al uit naar die wetsevaluatie, want dat wordt een interessant document.

Dan over het voorgestelde artikel 1.3.15 in het amendement-Helder op stuk nr. 35. Daar komen we nu niet helemaal uit. Ik laat dat maar even voor wat het is. We kunnen daarover nog twintig keer heen en weer interrumperen en debatteren. Ook daarvoor geldt, denk ik: de praktijk zal het een beetje moeten uitwijzen. Ik ben erg nieuwsgierig hoe de praktijk met deze wetsbepaling om zal gaan. Ik vind het geen halszaak, dus we laten het even.

Het is ook geen halszaak dat er nu nog geen andere scenario's zijn. Tegelijkertijd zit daarin wel voor mijn fractie de zorg; dat blijft ook zo. Stel nou dat het niet lukt met die ICT en dat het Adviescollege ICT-toetsing met een echt zorgwekkend advies komt. Dan zijn er nog geen scenario's. Dat snap ik ergens wel, want je wilt ook niet op alles vooruitlopen. Tegelijkertijd denk ik dat we wel rekening moeten houden met bepaalde dingen. Dat betekent dat mijn fractie uitziet naar het rapport van het Adviescollege ICT-toetsing en naar de scenario's die vervolgens uit de regeringskoker gaan komen. In de tussentijd zal ik mijn fractie adviseren om met beide wetsvoorstellen in te stemmen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Vogels van de VVD.