Dinsdag 10 februari 2026, commissie Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO)




Agenda

1.Vaststellen agenda


2.Commissieagenda onderdeel VRO

3.T04010

Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over voortgang van de bouw van seniorenwoningen; Begrotingsstaat Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2025; Toezegging Voortgang bouw seniorenwoningen (36.600 XXII)

Beslispunt

Welke fracties wensen heden inbreng voor nader schriftelijk overleg te leveren?

Toelichting

Ter uitvoering van toezegging T04010 heeft de minister van VRO de Kamer de meest recente rapportage ouderenhuisvesting doen toekomen, zoals die eerder in 2025 naar de Tweede Kamer was gestuurd. Voortaan zal de minister de voortgangsrapportages over ouderenhuisvesting ook direct naar de Kamer sturen. In haar vergadering van 11 november 2025 besloot de commissie toezegging T04010 als legisprudentie aan te merken. Tevens werd besloten om op 25 november 2025 gelegenheid te geven voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg. De uitgaande commissiebrief van 2 december 2025, met vragen van de fracties van BBB en 50PLUS gezamenlijk, is op 22 december 2025 door de minister beantwoord. Vandaag kan inbreng voor nader schriftelijk overleg worden geleverd.


Inbreng voor nader schriftelijk overleg

4.33118/34986, GZ

Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VRO over stand van zaken Omgevingswet derde kwartaal 2025; Omgevingsrecht

Beslispunten

  • Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 27 januari 2026 met de minister in nader schriftelijk overleg te treden?
  • Wenst de commissie de status van de motie-Nooren c.s. (thans: deels uitgevoerd) te wijzigen?
  • Wenst de commissie de status van de motie-Moonen c.s. (thans: niet uitgevoerd) te wijzigen?

Toelichting

Op 31 oktober 2025 heeft de Kamer de voortgangsbrief Omgevingswet derde kwartaal 2025 ontvangen. Daarover heeft schriftelijk overleg plaatsgevonden. De uitgaande commissiebrief van 16 december 2025 is op 27 januari van dit jaar door de minister beantwoord. In het schriftelijk overleg komen twee enkele jaren terug aangenomen moties aan de orde, te weten:

In deze motie wordt de regering verzocht in het Invoeringsbesluit Omgevingswet een regeling op te nemen die ervoor zorgt dat er een plicht ontstaat voor gemeenten, provincies en waterschappen om het Participatiebeleid op te stellen waarin vastgelegd wordt hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden en dit Participatiebeleid vast te stellen door respectievelijk gemeenteraad, provinciale staten en het algemene bestuur van het waterschap.

Tevens wordt de regering verzocht te bevorderen dat de medeoverheden hier zo snel mogelijk mee beginnen, liefst voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

In deze motie wordt de regering verzocht om binnen het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) het mogelijk te maken om voornemens van besluiten te publiceren vergelijkbaar met het voorontwerp van een bestemmingsplan om participatie te bevorderen zodat er één vindplaats is voor alle voorgenomen besluiten waarover nog participatie moet plaatsvinden.

Op p. 13-14 van het verslag schriftelijk overleg geeft de minister aan waarom zij de motie-Nooren c.s. als uitgevoerd beschouwt. De motie-Moonen c.s. komt op p. 15 aan de orde. De minister meent dat zij ook deze motie heeft uitgevoerd.


Bespreking verslag van een schriftelijk overleg



5.34453 / 36725 XXII, BD

Brief van de minister van VRO over uitvoering van de motie-Kemperman en over belangenverstrengeling bij kwaliteitsborging bouwen; Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

Beslispunten

  • Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 28 januari 2026 met de minister van VRO in overleg te treden?
  • Hoe wenst de commissie te oordelen over de status van de motie-Kemperman (thans: niet uitgevoerd)?

Toelichting

Op 10 december 2025 heeft de Kamer de gewijzigde motie-Kemperman (FVD) c.s. over het niet verder uitbreiden van de werking van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (36.725 XXII, D) aangenomen. Naast het niet verder uitbreiden van de werking van de Wkb vraagt de motie de regering een evaluatie van deze wet uiterlijk in maart 2026 aan de Tweede en Eerste Kamer te sturen. Het lid Kemperman heeft daarnaast individuele schriftelijke vragen gesteld over mogelijke belangenverstrengeling bij de Wkb. De minister heeft het kennelijk dienstig geoordeeld om in één brief op zowel de motie als de individuele vragen te reageren. Ten aanzien van de motie merkt de minister onder meer op: "Gezien de doorlooptijd van deze processen is het niet mogelijk u de evaluatie eerder dan mei te doen toekomen".


Bespreking


6.Commissieagenda onderdeel I&W

7.36766

Implementatie onderdelen richtlijn hernieuwbare energie (RED III) die betrekking hebben op de vervoerssector

Beslispunt

Wenst de commissie:

  • een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een derde verslag?
  • het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
  • aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel voor een plenair debat te doen?

Nadere procedure

8.35386, K en L

Brief van de staatssecretaris van I&W ter aanbieding van het ontwerpbesluit veilige jaarwisseling; Brief van de staatssecretaris van I&W met een toelichting op het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling; Initiatiefvoorstel-Klaver en Ouwehand Wet veilige jaarwisseling

Beslispunt

Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit te leveren?

Toelichting

Op 1 juli 2025 heeft de Eerste Kamer het initiatiefvoorstel-Klaver en Ouwehand Wet veilige jaarwisseling (35.386) aanvaard. De regering heeft het wetsvoorstel op 16 december 2025 bekrachtigd, waarna de Wet veilige jaarwisseling op 19 januari 2026 in het Staatsblad is gepubliceerd. De wet is nog niet in werking getreden.

Bij brief van 16 januari 2026 (35386, K) heeft de staatssecretaris van I&W bij de Kamer het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling (kortweg: Besluit veilige jaarwisseling) voorgehangen. Ingevolge artikel 21.6, tweede lid, van de Wet milieubeheer bedraagt de voorhangtermijn vier weken. In de Wet veilige jaarwisseling is bepaald dat het bezit en het gebruik van vuurwerk van de categorieën F2 en F3 verboden is voor anderen dan personen met gespecialiseerde kennis. Als gevolg van een amendement-Bikker c.s. is echter in de wet opgenomen dat de burgemeester ontheffing van dit verbod kan verlenen. Het Besluit veilige jaarwisseling, een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), werkt deze ontheffingsmogelijkheid nader uit.

Bij brief van 28 januari jl. heeft de commissie de voorhangtermijn van het ontwerpbesluit gestuit. De staatssecretaris is verzocht geen onomkeerbare stappen te zetten totdat het overleg met deze Kamer is afgerond. Vandaag kan inbreng voor schriftelijk overleg worden geleverd.


Inbreng voor schriftelijk overleg

9.34287/29383/34986, AI

Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van I&W over toezeggingen betreffende de milieueffectrapportage; Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu

Beslispunt

  • Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 2 februari 2026 met de staatssecretaris in nader schriftelijk overleg te treden?
  • Wenst de commissie de status van toezeggingen T02859, T02446, T03276, T03578 en T02888 te wijzigen?
  • Wenst de commissie de status van de motie-Kluit c.s. te wijzigen?

Toelichting

Bij brief van 2 december 2024 informeerde de staatssecretaris van I&W de Kamer over een aantal toezeggingen verband houdend met het onderwerp 'milieueffectrapportage'. Het betrof de toezeggingen T03578, T03579, T03580 en T02859. De commissie heeft daarop bij uitgaande brief van 28 januari 2025 de minister van I&W vragen gesteld, gebaseerd op inbreng van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA. De commissie besloot de genoemde toezeggingen als “openstaand” te blijven beschouwen. De antwoordbrief van de minister van 11 maart 2025 leidde niet tot een ander oordeel over de toezeggingen, maar wel tot een volgende schriftelijke ronde. De uitgaande brief van 17 juni 2025 met vragen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA werd op 4 juli 2025 door de staatssecretaris van I&W beantwoord. Opnieuw oordeelde de commissie dat de toezeggingen nog open staan. Daarnaast werd besloten tot nog een schritelijke ronde. Hierbij heeft de commissie, gebaseerd op de inbreng van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA, vragen gesteld over toezeggingen T02859, T02446, T03276, T03578 en T02888, en over de motie-Kluit (GroenLinks) c.s. over gemeentelijke milieueffectrapportages (33.118 / 34.986, EZ). De uitgaande brief van 1 oktober 2025 met vragen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA werd op 2 februari 2025 door de staatssecretaris van I&W beantwoord.

De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat in de loop van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarna gemonitord zal worden op de ontwikkeling van het aantal, de kwaliteit en de onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages (m.e.r.). Deze monitoring heeft ook betrekking op m.e.r.-beoordelingen. (Status: openstaand).

Ambtelijk advies: De verdere ontwikkeling van het DSO, waarbij geautomatiseerd informatie kan worden verzameld over project-MER en project-mer-beoordelingen, en het onderzoek naar de mogelijkheden van 'intelligent zoeken' in openbare informatie af te wachten en de toezegging daarbij als openstaand te blijven beschouwen. De deadline van de toezegging te verplaatsen naar 1 juli 2026.

De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Vos (GroenLinks), toe dat zij de periodieke evaluaties van de Omgevingswet en de Commissie voor de m.e.r. zal aanpassen, zodat gevolgd kan worden hoe vaak en in welke gevallen een onafhankelijke toets door de Commissie voor de m.e.r. plaatsvindt. Na twee jaar zal geëvalueerd worden wat de effecten zijn van het niet langer verplicht stellen van een onafhankelijke kwaliteitstoets in het geval van complexe projecten. (Status: openstaand)

Ambtelijk advies: De resultaten van de evaluatie af te wachten en de deadline van de toezegging te verplaatsen naar 31 december 2026.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Kluit (GroenLinks), toe om in beginsel vanaf het moment dat de Omgevingswet ingaat, jaarlijks de verplichte en niet verplichte milieueffectrapportages op de omgevingsvisies te zullen monitoren om in een later stadium terug te schakelen naar een tweejaarlijkse frequentie. Mogelijkerwijs zal deze monitoring op een eerder moment starten, waarover de minister van I&W de Kamer nog bij brief zal informeren. (Status: openstaand)

Ambtelijk advies: De toezegging aan te merken als legisprudentie nu de monitoring jaarlijks plaatsvindt. Over de uitkomsten van deze monitor (aangaande verplichte milieueffectrapportages) kan de Kamer de status blijven volgen via de uitvoering van de motie Kluit (GroenLinks) c.s. over gemeentelijke milieueffectrapportages (33.118 / 34.986,EZ).

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe dat de verbetering van de kwaliteit van de milieueffectrapporten een onderdeel wordt van het verbeterplan voor het VTH-stelsel en dat de Kamer de tweejaarlijkse evaluaties zal ontvangen. In het geval uit deze tweejaarlijkse evaluaties blijkt dat er nog aanvullende zaken nodig zijn om de kwaliteit van de milieueffectrapporten te verbeteren, dan zal de staatssecretaris de Kamer hierover informeren tegen de tijd dat die rapportage bekend is. (Status: openstaand)

Ambtelijk advies: Zie pagina 7 (34.287, 29.383, 34.986, AI). Oordeel commissie.

De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat de m.e.r.-beoordelingsplicht gemonitord zal worden op het punt van diepe plassen. (Status: openstaand)

Ambtelijk advies: De verdere ontwikkeling van het DSO af te wachten en de toezegging als openstaand te blijven beschouwen. De deadline van de toezegging te verplaatsen naar 1 januari 2027.

In deze motie wordt de regering verzocht ervoor zorg te dragen dat, voor zover relevant voor 1 januari 2024, alle gemeenten een milieueffectrapportage maken voor de omgevingsvisies en/of het omgevingsplan. (Status: deels uitgevoerd)

Op 25 november 2025 heeft de commissie op basis van de brief van de minister van VRO van 31 oktober 2025 (33118, 34986 GU) besloten de motie als deels uitgevoerd te blijven beschouwen, omdat de regering wel duidelijk maakt dat er een stijgende lijn zichtbaar is van gemeenten die een milieueffectrapportage maken voor de omgevingsvisie en/of het omgevingsplan, maar niet duidelijk is of alle gemeenten inmiddels aan de verplichting voldoen. Bij de bespreking van het motie- en toezeggingenrappel (36800 XXII) op 9 december 2025 heeft de commissie besloten de deadline van de motie te verplaatsen naar 1 januari 2026.

Ambtelijk advies: de motie als deels uitgevoerd te blijven beschouwen, gezien de minister aangeeft wel een stijgende lijn te zien in het aantal omgevingsvisies die voorzien zijn van een MER, maar uit het antwoord blijkt dat nog niet alle gemeenten aan de verplichting voldoen. De deadline van de motie te verplaatsen naar 1 juli 2026.


Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg



10.30175, AC

Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van I&W over straling en geo-engineering; Luchtkwaliteit

Beslispunt

Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 3 februari 2026 met de staatssecretaris in nader schriftelijk overleg te treden?

Toelichting

Toezegging T03861 is reeds op 27 mei 2025 door de commissie als voldaan aangemerkt. Desalniettemin heeft de commissie, op verzoek van het lid Kemperman (FVD), in haar vergadering van 11 november jl. besloten om in deze vergadering gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg in het kader van (de thematiek van) de toezegging. De uitgaande brief van 9 december 2025 is op 3 februari 2026 door de staatssecretaris van I&W beantwoord.

(Voor de context is de eerdere correspondentie over de veertiende Monitoringsrapportage van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) bijgevoegd.)


Bespreking verslag van een schriftelijk overleg


12.Rondvraag


13.Openstaande correspondentie

Ter herinnering: overzicht openstaande correspondentie

Overzicht openstaande correspondentie

Verzonden

Onderwerp

Reactietermijn

Toelichting

Verslagen

21 januari 2026

Verslag -

Overzetten bepalingen Vangnetregeling Omgevingswet en enige andere wijzigingen (36.824)

18 februari 2026

 

Brieven

18 november 2025

Voorhang instructieregel permanente bewoning recreatiewoningen

16 december 2025

Aan de minister van VRO

16 december 2025

Wet veilige jaarwisseling

13 januari 2026

Aan de staatssecretaris van I&W

20 januari 2026

Wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol

17 februari 2026

Aan de staatssecretaris van LVVN

3 februari 2026

Ontwikkelingen op de huurmarkt

3 maart 2026

Aan de minister van VRO

3 februari 2026

Voortgang wetsvoorstel regie volkshuisvesting en lagere regelgeving

3 maart 2026

Aan de minister van VRO

3 februari 2026

Verkenning publieke mobiliteit

3 maart 2026

Aan de staatssecretaris van I&W

3 februari 2026

Stand van de uitvoering I&W

3 maart 2026

Aan de minister van I&W

3 februari 2026

Monitoring luchtkwaliteit 2025

3 maart 2026

Aan de staatssecretaris van I&W

Versie: 6 februari 2026



Korte aantekeningen