1.Vaststellen agenda
2.Commissieagenda onderdeel VRO
3.36512
Wet versterking regie volkshuisvesting
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een tweede verslag?
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel voor een plenair debat te doen?
Toelichting
Het wetsvoorstel is op 3 juli 2025 door de Tweede Kamer aanvaard. Daarbij zijn verschillende door de minister ontraden amendementen aangenomen. De regering beoogt verschillende van deze amendementen te repareren met de Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting (36.881), die inmiddels door de Tweede Kamer is aanvaard (zie het volgende agendapunt).
De commissie heeft in het najaar van 2025 reeds één schriftelijke ronde over het oorspronkelijke wetsvoorstel gehouden. Daarna heeft zij besloten de nadere procedure aan te houden totdat de behandeling van de novelle in de Tweede Kamer had plaatsgevonden. Als gezegd ligt de novelle inmiddels ook bij de Eerste Kamer. Als de commissie over beide wetsvoorstellen - het oorspronkelijke en de novelle - nog een schriftelijke ronde zou willen houden, dan levert zij inbreng voor het tweede verslag bij het oorspronkelijke wetsvoorstel en voor het eerste verslag bij de novelle. In dat geval wordt fracties ook vriendelijk verzocht ofwel twee aparte inbrengen aan te leveren, ofwel een inbreng waarin een duidelijke scheiding in de vragen wordt aangebracht.
Nadere procedure
4.36881
Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
De Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting maakt drie amendementen ongedaan die de Tweede Kamer had aangenomen bij de Wet versterking regie volkshuisvesting (36.512). Het gaat om amendementen met rechtmatigheidsgebreken of die tot uitvoeringsproblemen zouden leiden.
Als de commissie over beide wetsvoorstellen - het oorspronkelijke en de novelle - nog een schriftelijke ronde zou willen houden, dan levert zij inbreng voor het tweede verslag bij het oorspronkelijke wetsvoorstel en voor het eerste verslag bij de novelle. In dat geval wordt fracties ook vriendelijk verzocht ofwel twee aparte inbrengen aan te leveren, ofwel een inbreng waarin een duidelijke scheiding in de vragen wordt aangebracht.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen uitvoeringstoetsen
Procedure
5.36800 XXII
Begrotingsstaten Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Achtergrond
Op 24 maart jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken om een spoedige begrotingsbehandeling te waarborgen. Op 7 april vinden in principe geen commissievergaderingen plaats vanwege het debat over de regeringsverklaring. Omdat er op 31 maart geen plenair debat voorzien is en er dus veel tijd is voor commissievergaderingen, is voorgesteld om waar mogelijk de begrotingen op 31 maart voor procedure te agenderen in alle commissies.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen Internetconsultatie
-
-geen Uitvoeringstoetsen
Daarbij zij aangetekend dat consultaties en toetsen bij begrotingen ook ongebruikelijk zijn
Procedure
6.36824
Overzetten bepalingen Vangnetregeling Omgevingswet en enige andere wijzigingen
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een tweede verslag?
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel voor een plenair debat te doen?
Toelichting
Het wetsvoorstel was aanvankelijk opgenomen op de termijnbrief. Het lid Kluit (GroenLinks-PvdA) heeft het daarvan afgehaald, waarna de commissie een verslag heeft uitgebracht. Op 17 maart 2026 is de nota naar aanleiding van het verslag verschenen.
Nadere procedure
7.Aanbod technische briefing Evaluatiecommissie Omgevingswet
Beslispunt
Kan de commissie instemmen met een technische briefing door de Evaluatiecommissie Omgevingswet op 9 juni 2026, 18:00-19:00 uur?
Toelichting
Onlangs verscheen het tweede reflectierapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet, getiteld ‘Werk aan de winkel’. De Evaluatiecommissie gaf aan bereid te zijn een technische briefing over het rapport te verzorgen. De commissie besloot het aanbod te accepteren en de technische briefing over het reflectierapport na het meireces in te plannen. Twee weken na de technische briefing kan dan inbreng voor schriftelijk overleg worden geleverd.
De technische briefing zou kunnen plaatsvinden op 9 juni 2026, 18:00-19:00 uur.
Bespreking
8.Jaarverslag met stand van de uitvoering van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB)
Beslispunt
-
-Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg met de minister van VRO te leveren?
-
-Wenst de commissie een technische briefing van de TloKB over de eerste resultaten van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen? Zo ja, op welke termijn?
Toelichting
Bij brief van 11 maart 2026 heeft de voorzitter van het bestuur van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) de Kamer het jaarverslag van deze organisatie aangeboden. In paragraaf 7.10 wordt de jaarlijkse Stand van de uitvoering van de TloKB weergegeven. In de notitie 'uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen' is de volgende aanbeveling gedaan:
De jaarlijkse standen van de uitvoering van de uitvoeringsorganisaties (die ten grondslag liggen aan het generieke rapport Staat van de Uitvoering) ter bespreking agenderen in de verantwoordelijke commissie(s).
Conform deze aanbeveling is de Stand van de uitvoering van de TloKB in de vergadering van 17 maart jl. geagendeerd. Besloten werd vandaag gelegenheid te bieden voor inbreng voor schriftelijk overleg met de minister van VRO.
Per mail heeft de TloKB een technische briefing over de eerste resultaten van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aangeboden.
Inbreng voor schriftelijk overleg met de minister van VRO
9.Commissieagenda onderdeel I&W
10.36800 XII
Begrotingsstaten Infrastructuur en Waterstaat 2026
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen Internetconsultatie
-
-geen Uitvoeringstoetsen
Daarbij zij aangetekend dat consultaties en toetsen bij begrotingen ook ongebruikelijk zijn
Procedure
11.36800 A
Begrotingsstaat Mobiliteitsfonds 2026
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen Internetconsultatie
-
-geen Uitvoeringstoetsen
Daarbij zij aangetekend dat consultaties en toetsen bij begrotingen ook ongebruikelijk zijn
Procedure
12.36800 J
Begrotingsstaat Deltafonds 2026
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:-
-
-geen Internetconsultatie
-
-geen Uitvoeringstoetsen
Daarbij zij aangetekend dat consultaties en toetsen bij begrotingen ook ongebruikelijk zijn
Procedure
13.23645 / 31305, C
Verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van I&W over de verkenning publieke mobiliteit; Mobiliteitsbeleid
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 16 maart 2026 met de staatssecretaris in nader schriftelijk overleg te treden?
Toelichting
In eerder schriftelijk overleg met de regering heeft de BBB-fractie verzocht om toezending van de Verkenning publieke mobiliteit. De regering heeft toen toegezegd de Kamer een afschrift te sturen van de voorgenomen brief aan de Tweede Kamer. De vorige staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft deze toezegging bij brief van 19 december 2025 gestand gedaan. De commissie heeft vervolgens op 3 februari een brief gestuurd met vragen van de fracties van BBB, GroenLinks-PvdA, OPNL en SP. De huidige staatssecretaris heeft de vragen bij brief van 16 maart jl. beantwoord.
Bespreking verslag van een schriftelijk overleg
14.35386, O
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van I&W over het ontwerpbesluit veilige jaarwisseling; Initiatiefvoorstel-Klaver en Ouwehand Wet veilige jaarwisseling
Beslispunt
Wenst de commissie de voorhangprocedure te beëindigen of naar aanleiding van de brief van 27 maart 2026 in nader schriftelijk overleg te treden (derde ronde)?
Toelichting
Op 1 juli 2025 heeft de Eerste Kamer het initiatiefvoorstel-Klaver en Ouwehand Wet veilige jaarwisseling (35.386) aanvaard. De regering heeft het wetsvoorstel op 16 december 2025 bekrachtigd, waarna de Wet veilige jaarwisseling op 19 januari 2026 in het Staatsblad is gepubliceerd. De voorganger van de staatssecretaris heeft de wens uitgesproken om de Wet veilige jaarwisseling samen met het Besluit veilige jaarwisseling per 1 augustus 2026 in werking te laten treden.
Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling
Bij brief van 16 januari 2026 (35386, K) heeft de staatssecretaris van I&W bij de Kamer het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling (kortweg: Besluit veilige jaarwisseling) voorgehangen. Ingevolge artikel 21.6, tweede lid, van de Wet milieubeheer bedraagt de voorhangtermijn vier weken. In de Wet veilige jaarwisseling is bepaald dat het bezit en het gebruik van vuurwerk van de categorieën F2 en F3 verboden is voor anderen dan personen met gespecialiseerde kennis. Als gevolg van een amendement-Bikker c.s. is echter in de wet opgenomen dat de burgemeester ontheffing van dit verbod kan verlenen. Het Besluit veilige jaarwisseling, een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), werkt deze ontheffingsmogelijkheid nader uit.
Bij brief van 28 januari jl. heeft de commissie de voorhangtermijn van het ontwerpbesluit gestuit. De staatssecretaris is verzocht geen onomkeerbare stappen te zetten totdat het overleg met deze Kamer is afgerond. Inmiddels zijn er twee schriftelijke ronden geweest. In de eerste ronde heeft de toenmalige staatssecretaris de Kamer verzocht de voorhangprocedure zodanig in te richten dat het het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling op korte termijn de volgende fase van het wetgevingsproces kan doorlopen en tijdig ter advisering aan de Raad van State kan worden aangeboden. De staatssecretaris achtte het met het oog op de inwerkingtredingsdatum van 1 augustus 2026 wenselijk om in maart tot afronding van de voorhangprocedure van dit ontwerpbesluit te komen. In haar antwoordbrief van 27 maart jl., die vandaag ter bespreking geagendeerd staat, herhaalt de huidige staatssecretaris dit verzoek.
Nadeelcompensatie en inwerkingtredings-KB
Bij de antwoordbrief is een gedetailleerde planning gevoegd. Daaruit blijkt onder meer dat de Kamers in april een brief over de uitgangspunten van de nadeelcompensatie kunnen verwachten. In mei zal vervolgens het ontwerp-koninklijk besluit met de datum van inwerkingtreding bij de Kamers worden voorgehangen. De Kamers kunnen besluiten niet in te stemmen met het ontwerp. De staatssecretaris moet in het geval van niet-instemming zes weken wachten alvorens zij een nieuw ontwerp aan beide Kamers mag voorleggen.
Bespreking brief van de staatssecretaris van I&W over het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling
15.36766, H
Brief van de staatssecretaris van I&W met antwoorden op tijdens het debat gestelde vragen over dierlijk vet; Implementatie onderdelen richtlijn hernieuwbare energie (RED III) die betrekking hebben op de vervoerssector
Beslispunten
-
-Wenst de commissie naar aanleiding van de brief 26 maart 2026 met de staatssecretaris van I&W in overleg te treden?
-
-Kan de commissie ermee instemmen de (nog ongeregistreerde) toezegging als voldaan aan te merken?
Toelichting
Bij brief van 26 maart jl. gaat de staatssecretaris van I&W in op een toezegging gedaan tijdens het plenaire debat over de RED-III implementatie van 24 maart 2026. De toezegging werd aan de Kamer gedaan naar aanleiding van vragen van het lid Visseren-Hamakers (fractie-Visseren-Hamakers) over de inzet van dierlijk vet voor het behalen van de brandstoftransitieverplichting. Het betreft de volgende (nog ongeregistreerde) toezegging. De commissie kan over de status van deze toezegging heden een besluit nemen.
***
Toezegging
De staatssecretaris van I&W zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Visseren-Hamakers (fractie-Visseren-Hamakers), toe de Kamer schriftelijk te informeren over:
-
-de herkomst van dierlijke vetten in Azië en Europa;
-
-welke dierlijke vetten het betreft, te weten categorie 1, 2 of 3;
-
-de wijze waarop de nadelen van categorie 3 dierlijk vet worden weggehaald, en
-
-wat de milieuwinst, de klimaatwinst is van het toepassen van dierlijke vetten en mest als hernieuwbare brandstof in de transportsector.
Reactie minister
In antwoord op de vraag naar de herkomst van het dierlijk vet dat wordt ingezet voor biobrandstoffen om te voldoen aan de brandstoftransitieverplichting, geeft de staatssecretaris het volgende aan:
"De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) rapporteert jaarlijks over de herkomst en samenstelling van hernieuwbare energie in vervoer. In de rapportage hernieuwbare energie voor vervoer in Nederland is te zien dat er in 2024 geen leveringen van biobrandstoffen gemaakt uit dierlijk vet categorie 3 plaatsvonden (zie bijlage). Biobrandstoffen gemaakt uit dierlijk vet categorie 1 kwamen uit Nederland en de rest van West Europa (64%; met name Nederland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk), Oost Europa (17%) en Azië (19% China, Rusland, Israël). Biobrandstoffen gemaakt uit dierlijk vet categorie 2 kwamen uit West-Europa (92%; vooral Finland) en Oost-Europa (8%) ."
In antwoord op een vraag naar de mitigerende maatregelen die genomen worden om de nadelen van het gebruik van categorie 3 dierlijk vet voor biobrandstofproductie te verminderen, geeft de staatssecretaris het volgende aan:
"De overgang naar het nieuwe systeem zou zonder aanpassing ertoe leiden dat de inzet van categorie 3 dierlijk vet laagdrempeliger wordt. Dit zou zich kunnen uiten in een stijgende inzet van de grondstof voor biobrandstofproductie, en in een dalende inzet van de grondstof voor andere toepassingen zoals de cosmetische sector. Vanwege deze reden wordt er op categorie 3 dierlijk vet een dempingsfactor van 0,5 ingesteld. Daarmee tellen biobrandstoffen uit deze dierlijke vetten maar voor de helft mee in het behalen van de brandstoftransitieverplichting. Hiermee houden we de inzet van dierlijke vetten zeer beperkt ."
In antwoord op de vraag naar de meerwaarde van de inzet van dierlijk vet en mest voor de productie van biobrandstoffen, geeft de staatssecretaris het volgende aan:
"Daarbij vroeg zij specifiek of de klimaat- en milieu-impact van de landbouwsector wordt meegenomen in de CO₂-reductieberekeningen van deze biobrandstoffen, en of deze grondstof wel echt hernieuwbaar is. De in de Nederlandse vervoerssector ingezette dierlijk vet en mest zijn afvalproducten van de landbouwsector die geen andere toepassingen kennen dan voor biobrandstofproductie. Deze grondstoffen zouden anders ongebruikt weggegooid of verbrand worden. Bovendien leidt inzet van deze biogrondstoffen niet tot het in stand houden van de veestapel of van emissies in de landbouwsector ."
Ambtelijk voorstel
Met de door de staatssecretaris gegeven informatie kan de nog ongeregistreerde toezegging mogelijk als voldaan worden aangemerkt.
Bespreking
16.Opzet deskundigenbijeenkomst Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol
Beslispunten
-
-kan de commissie instemmen met de door de voorbereidingsgroep voorgestelde opzet voor de deskundigenbijeenkomst?
-
-kan de commissie instemmen met de door de voorbereidingsgroep voorgestelde deskundigen? (zo nee, in beslotenheid alternatieven bespreken)
Toelichting
Een voorbereidingsgroep bestaande uit de leden Van Langen-Visbeek (BBB), Thijssen (GroenLinks-PvdA) en Visseren-Hamakers (fractie-Visseren-Hamakers) legt het volgende voorstel voor een deskundigebijeenkomst aan de commissie voor:
Deskundigenbijeenkomst LVB Schiphol
Dag en tijdstip
In verband met de vereiste beschikbaarheid van commissiekamer 1 is het voorstel de deskundigenbijeenkomst te laten plaatsvinden op 21 april 2026 tussen 19:45 en 22:15 uur. Een terugvaloptie is de bijeenkomst in de ochtend te houden.
Opzet
De bijeenkomst duurt 2,5 uur. Er wordt gewerkt met twee blokken van elk 75 minuten. Ieder blok heeft vier sprekers, die een inleiding van maximaal 7,5 minuut houden (totaal 30 minuten). De resterende tijd (45 minuten) is voor vragen en antwoorden. Van alle sprekers wordt een position paper gevraagd.
Vraagstelling
De sprekers wordt gevraagd te reflecteren op de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het bij de Kamer voorgehangen ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol.
Sprekers
Zie het besloten deel van de ambtelijke toelichting.
Bespreking
17.Mededelingen en informatie
Termijnbrief
Let op! Op de termijnbrief is een wetsvoorstel opgenomen dat relevant is voor de commissie I&W/VRO. Het betreft het wetsvoorstel
Kennismakingsgesprek VRO
Op 2 juni 2026 staat tussen 18:30 en 19:30 uur het kennismakingsgesprek gepland van de commissie met minister Boekholt-O’Sullivan van VRO.
Kennismakingsgesprek en mondeling overleg I&W
Op 16 juni 2026 staat tussen 17:30 en 19:00 uur het kennismakingsgesprek gepland van de commissie met minister Karremans en staatssecretaris Bertram van I&W. Vrijwel aansluitend staat tussen 19:15 en 20:00 uur het mondeling overleg met de staatssecretaris van I&W gepland over de milieueffectrapportage. Hier komen verschillende toezeggingen en een motie over dit onderwerp aan de orde.
Bezoek viceminister VAE
De Vice Minister of Foreign Affairs for Energy and Sustainability van de Verenigde Arabische Emiraten, Abdulla Balalaa, bezoekt op 7-8 mei 2026 Nederland. Hij zou op donderdag 7 mei om 14:00 uur willen spreken met leden van de commissie en de commissie EZ/KGG. Donderdag 7 mei valt echter in het meireces van de Kamer, zodat afwijzing van het verzoek voor de hand ligt.
18.Rondvraag
19.Openstaande correspondentie
Ter herinnering: overzicht openstaande correspondentie
Overzicht openstaande correspondentie |
|||
|---|---|---|---|
Verzonden |
Onderwerp |
Reactietermijn |
Toelichting |
Verslagen |
|||
- |
- |
- |
- |
Brieven |
|||
18 november 2025 |
Voorhang instructieregel permanente bewoning recreatiewoningen |
16 december 2025 |
Aan de minister van VRO |
16 december 2025 |
Wet veilige jaarwisseling |
13 januari 2026 |
Aan de staatssecretaris van I&W |
3 februari 2026 |
Ontwikkelingen op de huurmarkt |
3 maart 2026 |
Aan de minister van VRO |
3 februari 2026 |
Voortgang wetsvoorstel regie volkshuisvesting en lagere regelgeving |
3 maart 2026 |
Aan de minister van VRO |
3 februari 2026 |
Stand van de uitvoering I&W |
3 maart 2026 |
Aan de minister van I&W |
3 februari 2026 |
Monitoring luchtkwaliteit 2025 |
3 maart 2026 |
Aan de staatssecretaris van I&W |
17 februari 2026 |
Voortgang bouw seniorenwoningen |
17 maart 2026 |
Aan de minister van VRO |
10 maart 2026 |
Straling en geo-engineering |
7 april 2026 |
Aan de staatssecretaris van I&W |
24 maart 2026 |
Kaderrichtlijn Water |
21 april 2026 |
Aan minister van I&W |
24 maart 2026 |
Uitvoering motie-Kemperman belangenverstrengeling bij kwaliteitsborging voor het bouwen |
21 april 2026 |
Aan de minister van VRO |
24 maart 2026 |
Staat van de corporatiesector |
21 april 2026 |
Aan de minsiter van VRO |
Versie: 27 maart 2026 |
|||
